De Koch afdeling en Zr. Knier

50-5_zuiderz_Longafdeling_001.jpg

De ‘Koch afdeling’, oftewel de longafdeling in het Zuiderziekenhuis was vernoemd naar de Duitse arts en bacterioloog dr. Robert H. H. Koch (1843-1910), die veel werk heeft verzet om de dodelijke ziekte tuberculose (tbc) te bestrijden. Toen Wil van de Beek (1939) er kwam te werken in 1958, bestond tbc in Nederland nog altijd in ernstige vormen, al werd het allengs beter toen de medicatie verbeterde en vaccinatie meer werd toegepast. 

Mevrouw Gelderman – van de Beek:  “De Koch afdeling was ook een ‘besmette afdeling’ waar mensen lagen met een overdraagbare ziekte, zoals tbc. Dit betekende dat er een sluis was waar je doorheen moest om binnen te komen. Bezoek voor de patiënten kwam buitenom en niet door de hoofdingang.  Ook het personeel kende extra voorschriften en er werd geregeld B.S.E. geprikt (test voor bezinkingssnelheid van het bloed) om te testen of je tbc had en er werden periodiek longfoto’s gemaakt. Ik vraag me nu wel eens af om mensen achteraf geen problemen hebben gekregen van de doses röntgenstraling van al die thoraxfoto’s. Ook kreeg het personeel extra voeding in de vorm van yoghurt en boterkoek uit de centrale keuken om voldoende weerstand op te bouwen.

Maar er was op die afdeling ook Zr. Nienhuis. Zij werd ook wel ‘Knier’ genoemd, naar het personage uit ‘Op Hoop van Zegen’, want ze was buitensporig zuinig voor ons. We kregen maar hele kleine stukjes boterkoek van haar. Ook op de limonade voor de patiënten bezuinigde ze. Met jonge mensen als leerlingen om gaan ging haar slecht af. Maar op een dag kwam het uit. Toen zij op weg naar huis was viel ze een keer met fiets en al om viel bij de portiersloge en alle boterkoeken rolden uit haar tas! Ze verzamelde de koeken voor eigen gebruik! Het lijkt er op dat ze deze trek had overhouden aan de Tweede Wereldoorlog, want een ander verhaal over haar is dat men een eens verzameling luchtzeep (surrogaatzeep) uit de oorlog vonden op de zolder boven de Koch afdeling  – ook die zeep had ze gehamsterd en was daar jaren blijven liggen. 

Op de Koch afdeling was de beademingstechniek hevig in ontwikkeling onder leiding van dr. G.J. van Weerden en dr. Handels. We werkten met poliomaten en ijzeren longen. Poliopatiënten kregen gelukkig hun eerste eigen behuizing in de Ark. Later kwam er een comfortabeler gebouw, de Ark II, helaas zijn beiden een paar jaar terug gesloopt. Op de longafdeling waren ook de ‘besmette boxen’ voor besmettelijke patiënten. Het was erg intensief om daar te werken. Er lagen heel erg zieke patiënten, er was weinig ruimte en heel veel voorschriften, zoals over het verkleden, doorgeefluikjes in de boxen en de noodzaak tot uiterste hygiëne.