KIJK! Het boek over 25 jaar herbestemming in Nederland. Lees meer

BOEi Blog | Graansilo's, genoeg graan voor iedereen

Graan. Het nieuws gaat de laatste weken – tussen alle oorlogsberichten door –  ineens ook regelmatig over graan. Want uit Oekraïne komt veel graan en al duizenden jaren lang,  de Romeinen importeerden al graan uit het gebied. Veel landen zijn dan ook afhankelijk van de Oekraïense graanimport. Door de oorlog blijft het graan liggen en is er mogelijk na de zomer geen of een veel kleinere oogst. Dit brengt de voedselzekerheid van legio landen in gevaar: ze hebben het goedkope graan nodig. De export via de havensteden als Marioepol en Odessa (gesticht door Catharina de Grote onder andere voor de graanexport) is door de gevechten niet meer mogelijk. Om toch een deel van de graanvoorraad over het spoor h het land uit te krijgen, bouwt Oekraïne alternatieve infrastructuur aan de Poolse grens: een groot overslagstation met een treinverbinding naar Polen. Zo kunnen de volle graansilo’s geleegd worden en kan de nieuwe oogst straks opgeslagen worden.

Ook in Nederland importeren we veel graan uit Oekraïne. Het gaat met name om mais dat gebruikt wordt voor veevoer. We zullen dus niet direct tekort aan brood hebben als gevolg van de oorlog, maar we zullen het tekort aan graan wel gaan merken aan de stijgende voedselprijzen.

Dat was de actualiteit. Nu naar de geschiedenis. In de negentiende eeuw hadden we wel degelijk een tekort aan graan en was import, onder andere uit het huidige Oekraïne, de oplossing. En dit geïmporteerde graan moest opgeslagen worden in een bijzonder type monument: de graansilo, de kathedralen van het platteland.

Import als oplossing voor graantekort

In de negentiende eeuw groeide de bevolking en steeg de vraag naar graan. Door deze gestegen vraag was er in de tweede helft van de negentiende eeuw niet genoeg graan van eigen bodem om iedereen te voeden. Daarom werd, met name in steden in de kuststreek, steeds meer graan geïmporteerd uit het buitenland. Daarnaast werd vanaf de laatste kwart van de negentiende eeuw kunstmest gebruikt om de opbrengsten van de oogst te vergroten.

"Binnenhalen van de oogst". Twee boeren tasten het in losse schoven gebundelde graan op een tweewielige boerenwagen, bespannen met twee paarden in tandem. Jongen houdt hoofdstel vast. Borgharen, 1917-1919. Bron: Collectie Dr. L.Th. van Kleef , VKG 114, Regionaal Historisch Centrum Limburg.
“Binnenhalen van de oogst”. Twee boeren tasten het in losse schoven gebundelde graan op een tweewielige boerenwagen, bespannen met twee paarden in tandem. Borgharen, 1917-1919. Bron: Collectie Dr. L.Th. van Kleef , VKG 114, Regionaal Historisch Centrum Limburg.

Het graan van de grote buitenlandse graanmarkten kwam na 1850 via de graanbeurs in Rotterdam het land binnen. Deze grote hoeveelheden graan uit Rusland en later Amerika, leidden tot de  ineenstorting van de graanprijzen en tot een grote landbouwcrisis in 1878. In de loop van de negentiende en begin twintigste eeuw werd het inlandse graan zo goed als volledig vervangen door ingevoerd graan, ondanks diverse maatregelen van de regering om de binnenlandse teelt te beschermen. Door de import van granen ging de landbouw zich meer concentreren op veehouderij en werden de akkerbouwgewassen voer voor dit vee. Deze gewassen, met name rogge en haver, werden door de boer zelf geteeld en verwerkt. Door mechanisatie en schaalvergroting aan het einde van de negentiende eeuw steeg de opbrengst van de boeren.

Motorboot Korenschoof I van Maatschappij De Korenschoof in de Stadsbuitengracht langs de Weerdsingel W.Z. te Utrecht. De motorboot diende voor het vervoer van graan uit Rotterdam van 1916 tot 1927. Datering: 1920-1925. Bron: Het Utrechts Archief
Motorboot Korenschoof I van Maatschappij De Korenschoof in de Stadsbuitengracht langs de Weerdsingel W.Z. te Utrecht. De motorboot diende voor het vervoer van graan uit Rotterdam van 1916 tot 1927. Datering: 1920-1925. Bron: Het Utrechts Archief

Het graan dat in steeds grotere hoeveelheden geïmporteerd werd, moest langer bewaard worden voordat de gehele lading verhandeld was. Hierdoor was er meer ruimte nodig voor de langdurige opslag van graan. Ook de toegenomen inlandse productie van gewassen voor vee zorgde voor meer vraag naar opslagruimte. De opslaggebouwen werden hierdoor steeds groter en diverser en de vraag naar speciaal ontworpen graansilo’s steeg.

De eerste graansilo’s

Een silo is een installatie voor het bewaren en bewerken van grondstoffen en producten van de agrarische sector.  Het is een industrieel opslaggebouw voor graan. De eerste Nederlandse silo’s die aan het einde van de negentiende eeuw gebouwd werden, zijn met name gebaseerd op buitenlandse voorbeelden en Duitse handboeken. Tot 1900 waren er weinig silo’s en de silo’s  die er waren, lagen strategisch bij de grote havens en grote steden aan het water. Oudere silo’s maakten vaak onderdeel uit van een meelfabriek of lijnkoekenfabriek. Daarna ontstonden grote concentraties van silogebouwen aan de belangrijke waterwegen in het hele land.

De meeste silogebouwen op het platteland dateren uit de jaren twintig. Vanaf ca. 1930 met de opkomst van mengvoederbedrijven[i] werden nieuwe silo’s gebouwd. Deze lagen niet alleen aan het water maar konden ook aan een spoorlijn liggen als er geen water in de buurt was of de afzetplek ver weg.

Het dorsen van graan. Bron: Noord-Hollands Archief, Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer te Hoofddorp, 1288
Het dorsen van graan. Bron: Noord-Hollands Archief, Beeldcollectie van het Historisch Archief Haarlemmermeer te Hoofddorp, 1288

Na de Tweede Wereldoorlog volgden de veranderingen elkaar snel op. Allerlei technologische veranderingen zorgden voor automatisering en mechanisering (onder andere nieuwe ploegen, zaai- en oogstmachines). Deze vernieuwingen zorgden voor meer vraag naar centrale distributie en opslag en dus nieuwe opslagsilo’s. Daarom werden in de jaren ‘50 bij veel coöperatiegebouwen grote gaansilo’s gebouwd. In de jaren ‘60 zette de schaalvergroting door, omdat veel graan- en veehouderijproducten ook werden geëxporteerd. De fabrieken werden groter en de productieplaatsen gaan zich concentreren.

Graan en veevoedersilo’s staan meestal vlakbij akkerbouwgebieden vanwege de gunstige ligging ten aanzien van de oogstgebieden. De moderne nog in werking zijnde silo’s staan gecentraliseerd in gebieden met intensieve veehouderij als Meppel en Veghel.

De Coöperatie in Meppel in 1982. Bron: P. Nijhof
De Coöperatie in Meppel in 1982. Bron: P. Nijhof

Het uiterlijk van een graansilo

Een silogebouw bestaat uit meerdere silocellen (karen), de technische installatie op of naast de cellen en de elevatortoren. Hoe groot een silo is hangt af van de bedrijfstak en de grootte van het bedrijf. Het uiterlijk wordt bepaald door de plattegrond, de vormgeving en het materiaalgebruik. Het bouwwerk kan open zijn, waarbij de cellen van buiten zichtbaar zijn, of gesloten met een schil om de cellen heen. De silocellen zelf zijn rond (hiervoor is het minste materiaal nodig), vierkant of andere hoekige vormen. De hoge panden zijn vaak beeldbepalende elementen in het landschap.

Gezicht op de in aanbouw zijnde nieuwe silo van de meelfabriek De Korenschoof (Kaatstraat) te Utrecht op 08-10-1927. Bron: Het Utrechts Archief
Gezicht op de karen van de in aanbouw zijnde nieuwe silo van de meelfabriek De Korenschoof (Kaatstraat) te Utrecht op 08-10-1927. Bron: Het Utrechts Archief

De meeste Nederlandse silo’s zijn gemaakt van gewapend beton. De eerste betonnen silo werd gebouwd in 1912. Deze betonnen silo’s hebben een betonskelet dat gevuld is met baksteen of beton. De gevels zijn vaak witgeschilderd. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook stalen silo’s gebouwd. Deze hebben een constructie van gewalste profielen met daarin panelen met een damwandprofiel. Pas in de jaren ‘80 werden silo’s van modernere materialen gemaakt: aluminium, golfplaat of damwandprofielen. Veel (delen van) ouderen silo’s zijn sindsdien voorzien van plaatmateriaal, bijvoorbeeld voor betere isolatie.

Ook in de collectie van BOEi zijn panden terug te vinden die verwijzen naar het graanverleden: De Cereolfabriek met silo in Utrecht waar lijnolie en veekoeken gemaakt werd, de graansilo in Wehl en de graansilo in Deventer.

De zwarte en grijze silo in Deventer. Bron: Jan van Dalen Fotografie
De zwarte en grijze silo in Deventer. Bron: Jan van Dalen Fotografie

 

[i] Mengvoer werd vanaf de jaren twintig gebruikt om dieren bij te voeren omdat het steeds groter wordende aantal koeien niet genoeg voeding kreeg via het beschikbare gras en mengvoer een hogere voedingswaarde had

 

Door Kim Heuvelmans

 

Bronnen en tips voor meer informatie:

Foto header: Graansilo en elevator in Chicago in de eerste kwart van de twintigste eeuw. Bron: Wikimediacommons, Illinois International Port District grain elevator, near S. Doty Ave., in the southwest quadrant of Lake Calumet, Chicago, https://collections.carli.illinois.edu/cdm/singleitem/collection/nby_chicago/id/3099

 

>> lees hier de andere edities van de BOEi Blog