Kijken en luisteren, dat is het belangrijkst in ons vak

Markthal_Croese_3.jpg

Frans Croese vertelt verder over het werk van de marktmeesters: We stonden altijd met zijn drieën aan de poort. Mensen mochten doorrijden op vertoon van hun pasje. Zoals ik al eerder vertelde: het was geen openbaar terrein. Je zag dan ook wel eens dat er mensen zonder pasje probeerden mee naar binnen te slippen, door bijvoorbeeld met de fiets net achter een auto mee naar binnen te rijden. Of ze probeerden door gewoon zwaaien de indruk te wekken dat het allemaal goed zat. Maar wij kenden natuurlijk bijna iedereen van gezicht, hè, dus dan pikten we er steekproefsgewijs een paar uit: ‘ik moet effe weten wie u bent, want ik kan u niet thuisbrengen’. Dat ging in goeie harmonie, hoor. En je had het ook wel eens verkeerd als iemand bijvoorbeeld een nieuwe auto had. Je raakt zo snel gewend aan het profiel van de persoon met zijn auto. . ‘Oh dat is hij’, dacht je dan en dan kon hij gewoon door natuurlijk.”

Poost van het Food Center Amsterdam. Foto Jobbe Wijnen. “Wat het belangrijkste is van het vak van marktmeester? Kijken en luisteren! Dat is het belangrijkste wat wij hadden te doen. Dan vallen je de dingen op waar je vragen bij kan stellen. Bijvoorbeeld als de kooplui het onder elkaar hebben over dat een klant al om vijf voor zeven op de markt was, dan denk je ‘Hoe kan dat nou?’, want de poort gaat natuurlijk pas om die tijd open. Nou, dan gingen we daar onze aandacht op richten dan bleek dat ze achterom via het spoor de markt op gelopen waren. Dat was officiële ingang dus was er geen controle. Het lijken kleine dingen, maar voor de mensen die zich wel aan de regels houden is dat natuurlijk erg belangrijk, want het leverde ook weer oneerlijke concurrentie tussen de klanten op. Het was onze taak die mensen aan te spreken en dan namen we hun toegangskaart in. Die legden we dan bij onze leiding die dan het eindbesluit nam. In het ergste geval kon ze een week toegang tot de markt ontzegd worden. Dat is voor een ondernemer een grote strop. Ik heb het zelf ook één keer moeten doen met een handelaar uit Diemen. Die was ontzettend kwaad dat ik zijn pas had afgenomen. Maar jaren later op mijn afscheid zei hij dat hij het me nooit kwalijk genomen had. Zo sportief zijn ze dan ook wel weer.”

"De sfeer was meestal goed, maar als je een grossier ergens op aansprak was het wel effe van ‘Jij hebt altijd wat te seiken, Croese’. In die taal praten we dan in Amsterdam, hè, maar daar stoorde ik me niet aan, ik ben tenslotte ook Amsterdammer: ‘Je mag me een zeikert vinden maar je weet ook precies hoe ver je kan gaan’, zei ik dan, en dan kwam er geen weerwoord. Klaar! Ze hebben allemaal wel eens wat te mopperen, maar ze hebben ook maar beperkte tijd om hun brood te verdienen. Dan moet je ook niet over alles moeilijk doen. De volgende dag ga je ze gewoon weer controleren en begint het spel opnieuw. De regels stonden in het marktreglement, maar proberen af te wijken staat vrij he, dat konden ze proberen. Het was een spel en dat maakt het ook aantrekkelijk. De moet van je werk je werk maken, zei ik wel eens.”


Terug naar de overzichtspagina.

Verhaal: Jobbe Wijnen