BOEi viert in 2020 en 2021 haar 25-jarig bestaan

BOEi, de Nationale Maatschappij tot Restaureren en Herbestemmen van Cultureel Erfgoed, bestaat in 2020 25 jaar. Een kwart eeuw succesvolle herbestemming van fabrieken, watertorens, boerderijen, kerken, kloosters, gevangenissen, schoorstenen en gevangenissen. Op deze pagina verzamelen wij verhalen, video’s en onderzoeken rondom 25 jaar herbestemmen in Nederland.

‘De menselijke factor is waar het mee begint.’

Job Roos is naast architect en partner bij Braaksma & Roos Architectenbureau, tot voor kort 20 jaar verbonden aan de TU in Delft bij het leeronderdeel Heritage and Architecture: “In al die jaren heb ik kennis kunnen maken met alle facetten van renovatie en transformatie van grote en kleine projecten. Ons bureau werkt in dit specialisme samen met gemeenten en culturele organisaties maar ook met grote ontwikkelaars. BOEi komen we vaak tegen, vooral in voorstadia van onderzoek.”

Door Erik Luermans, Foto: Braaksma & Roos Architectenbureau

“Herbestemmen was 10 jaar geleden een enorme hype, vooral ook doordat vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het Nationaal Programma Herbestemming werd gelanceerd, onder leiding van Frank Strolenberg. Daarin werd aangegeven dat er een omslag moest gemaakt van nieuwbouw naar mogelijkheden voor herbestemmen. De bouwwereld moest zoeken naar nieuwe manieren van omgaan van bestaande gebouwen. Het was dus herbestemmen in brede zin, agrarisch, industrieel, religieus, leegstaand kantoren.”

Job Roos werpt een blik op herbestemmen anno 2020: “Nu is herbestemmen nog steeds van belang maar er is er ook meer en meer een noodzaak gegroeid om te kijken naar de bestendigheid en duurzaamheid van die nieuwe functies. Als je een gebouw herbestemt, ben je ook met de omgeving, de stad bezig. Participatie van belanghebbenden, omwonenden, gebruikers, noem maar op, wordt dan ook steeds meer een factor van belang, zeker met de ingang van de nieuwe omgevingswet. Dat maakt het proces overigens niet makkelijker, maar het is wel bepalend voor het succes van de ingreep. Herbestemmen is daarom al interessant, omdat het een aanleiding in zich draagt om een geheel eigen creatieve oplossing aan te bieden.”

“Alleen door de beoogde nieuwe gebruikers, de buurt en de stad te betrekken bij herontwikkeling kan je een ontwerp creëren waarbij het gebouw en z’n nieuwe functie écht landen in hun omgeving. De menselijke factor is dus eigenlijk waar het mee begint: elke opgave start immers met een vraag. Tegelijkertijd moet je als architect van herontwikkelingsopgaven altijd bewust zijn van de kernkwaliteiten van de plek. Wat zijn de materiële en immateriële waarden? Welke kansen en dilemma’s komen er aan het licht wanneer je de wensen van nieuwe gebruikers los laat op een bestaand gebouw?”

“Zo ben je al architect steeds aan het wegen; je verhoudt je dus continue tot de mens enerzijds en het erfgoed anderzijds, en dat schuurt automatisch! Met een goede dosis lef moet je de grenzen opzoeken om uiteindelijk, in goede dialoog met alle betrokken stakeholders, een ontwerp te realiseren waarin het wezen van een plek niet alleen behouden is, maar stevig geactiveerd wordt door het nieuwe gebruik. Dan ben je duurzaam bezig.”

Roos ziet het ontwerpproces als volgt: “Bedreven zijn in het regisseren van een ontwerpproces is eigenlijk één van de belangrijkste eigenschappen die een architect vandaag de dag in zich moet hebben. Als architect moet je je kunde, je creativiteit en inventiviteit steeds op heel goede en slimme manieren inzetten om een goede dialoog te voeren. Zeker als het gaat om de transformatie van erfgoed. De herontwikkeling van de LocHal in Tilburg is daar een mooi voorbeeld ervan. Van een besloten en verboden gebied is het nu een publieke ruimte geworden, een nieuw hart van de stad Tilburg. De hal, die in de jaren ’30 als locomotiefwerkplaats werd gebouwd, is in z’n geheel gebleven. Het nieuwe gebruik omarmt de historie en essentie van het gemeentelijk monument volledig, maar geeft ook een geheel nieuwe dimensie aan de organisaties die erin huizen; Bibliotheek Midden Brabant positioneert zich in de LocHal als kenniswerkplaats, een plek waar je niet alleen komt om boeken te lenen of te lezen, maar vooral om kennis op te doen en daar met anderen over van gedachten te wisselen. Door vanaf het eerste moment in gesprek te gaan met de stad en de nieuwe gebruikers over wat deze plek was en zou kunnen zijn, is in Tilburg dus een succesvol en uniek gebruiksconcept ontstaan dat een architect niet alleen had kunnen bedenken. Het mooiste is nog dat, vanaf het moment dat wij het project overdroegen aan de Tilburgers, we ook het gevoel hadden dat het niet meer van ons was, maar van iedereen. Zo moet architectuur zijn.”

Roos vergelijkt de herbestemmingspraktijk in Nederland met die van andere landen: “In het buitenland, bijvoorbeeld Zuid Afrika en Indonesië, zijn de ruimtelijke problematiek en de sociaalmaatschappelijke vraagstukken veel indringender en dat heeft ook gevolgen voor de wijze waarop met het herbestemmen van erfgoed wordt omgesprongen. Daar telt, nog veel meer dan in Nederland, het nut en de functie. Het omringende buitenland, zoals bijvoorbeeld België, is in mijn ogen veel behoudender.”

“Onze oplossingen en interventies zijn in Nederland vaak stoutmoediger. Maar we hebben hier het proces wel ingewikkeld georganiseerd. Er is bijvoorbeeld een gemeentelijke dienst momentenzorg, vaak bestaande uit louter architectuurhistorici, terwijl juist een beoordelingscommissie breed en integraal zou moeten zijn toegerust, met specialisten uit de cultuurhistorie, de bouwwereld, de technische adviseurs. Dan volgt nog de route naar de welstand, die al dan niet met de genoemde commissie is gelieerd. Ten slotte hebben we ook nog de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In een ideale situatie zou je deze partijen allemaal tegelijk vanaf een vroeg stadium in het project aan tafel willen hebben, zodat de dialoog integraal kan worden gevoerd. In mijn ogen zou dat leiden tot meer onderling begrip tussen verschillende disciplines en dus ook tot betere, breed gedragen oplossingen. Precies zoals we de buurt, de gebruikers, de stad integraal bij de projecten betrekken.”

Job Roos ziet een opgave voor de toekomst: “Wij architecten zouden ons nog meer dan nu bewust moeten zijn van de betekenis van een wijk, buurt of stad, in historische en sociale zin, maar ook wat de ruimtelijke component betreft. Herbestemmen moeten we veel breder trekken. Architecten moeten proberen monumenten voor de toekomst te maken. We moeten bestendige ingrepen doen voor de langere termijn. Gebouwen maken die later makkelijk te herbestemmen zijn, flexibel en aanpasbaar in hun gebruik dus, en waar mensen zich huis kunnen voelen, trots op kunnen zijn. Als we nu over monumenten spreken dan hebben we in feite vooral over de architecturale aspecten, nauwelijks over het gebruik en de gebruikers.”

 

terug naar BOEi 25 jaar