Nieuw leven voor betekenisvolle gebouwen? Word Vriend van BOEi. Klik hier
Kerkenvisie: betrek de kerkelijke gemeenschap bij een herbestemming
De herbestemming van een kerk is een proces van veel afstemmen. Je moet rekening houden met erfgoedzorg, inpassing van nieuwe functies of waarden in de omgeving, maar ook met de (voormalige) leden van de kerkelijke gemeenschap of parochie. Vooral die laatste groep vraagt bijzondere aandacht. Voor hen was – of is – het gebouw het kloppend hart van een gemeenschap. Omwonenden voelen zich dan ook vaak moreel eigenaar van het erfgoed. De manier waarop je daar mee om gaat, is een belangrijk vraagstuk voor een kerkenvisie.
Er was een tijd dat ontwikkelaars samen met een architect en aannemers vanachter hun eigen bureau een plan maakten voor de herbestemming van een pand en dat plan pas aan de burgers presenteerden als het op papier al af was. Die tijd ligt gelukkig achter ons…toch? Helaas niet. Ondanks dat de goede intenties voor burgerparticipatie er vaak zijn, wordt herontwikkeling van bestaande gebouwen nog geregeld benaderd als het invullen van een lege ruimte. Het lijkt dan alsof de betrokkenheid van burgers een belemmering is. Zeker bij kerken is de betrokkenheid van omwonenden vanuit de historie groot. “Ik heb mijn hele leven in die kerk meegemaakt” vertelde een oud parochiaan van een gesloten kerk me laatst nog. “Van doop tot communie, van huwelijk tot alle begrafenismissen, ik heb het allemaal gezien in die kerk. Ik bid nog altijd een weesgegroetjes als ik er voorbij kom.” Ondanks dat de kerk al in de jaren 90 sloot, voelt mevrouw zich nog altijd met hart en ziel verbonden met het gebouw… dat vandaag de dag een trampolinecentrum is. Het is niet vreemd dat zij over zo’n herbestemming dus ook een mening heeft. Maar ook voor anderen kan de kerk in hun wijk een krachtig symbool zijn. “De kerk zien, is thuiskomen” zei iemand in Oostzaan, die er nog nooit in haar leven binnen geweest was.
Het opzetten van burgerparticipatie is een complex vraagstuk, waarbij BOEi overheden kan begeleiden bij het opstellen van een kerkenvisie. Belangrijkste advies: begin zo vroeg mogelijk! Dit artikel gaat slechts over een element uit die participatie dat we verderop in het proces inzetten: ‘Mensen vertellen over Monumenten’. Het project – in het kort ‘Mensen Vertellen’ – is voortgekomen uit onze wens verhalen een plek te geven in de herbestemming. Erfgoed is erfgoed juist vanwege de relatie die mensen er mee hebben. Dat moet je koesteren, meenemen, en ‘mee-herbestemmen’ in de toekomst. En het begint met luisteren naar wat mensen te vertellen hebben. Deze blog gaat over hoe we dit project uitrolden in het Nemiusklooster.
Het Nemiusklooster, ’s Hertogenbosch
Het Nemiusklooster werd gebouwd 1929 in de destijds splinternieuwe wijk De Muntel in ‘s Hertogenbosch en werd tot begin deze eeuw bevolkt door de Zusters van Liefde. Het klooster was geen op zichzelf staande religieuze plek in de wijk. Zoals vaak in katholieke stadsdelen was het slechts één van vele gebouwen die relatie had tot ‘de kerk’, zoals het instituut in Brabant vaak wordt aangeduid. Er was ook nog een kerkgebouw, enkele scholen, een patronaat en een tehuis voor ouderen die allen tot dezelfde wijk behoorden. Voor parochianen was de kerk het middelpunt van gemeenschap en de geestelijken en zusters en kloosters daar omheen een factor in, en het decor van hun religieuze leven. De zusters van het Nemiusklooster waren daarin ook de leerkrachten van de wijkscholen. Toen de bezetting van het klooster vanaf de jaren 80 langzaam was teruggelopen, gingen de Zusters van Liefde terug naar hun moederklooster in Schijndel en kwam het gebouw leeg te staan. In 2016 werd het door BOEi herbestemd tot Kloosterhotel.
Blijf niet bij je leest als mensen iets vertellen
Toen het project Mensen Vertellen van start ging, vroegen we de omwonenden via een oproep of ze hun verhaal wilden vertellen. Daarop werd volop gereageerd, een aanwijzing van hoe sterk dit onderwerp in de wijk, maar ook daarbuiten leefde. Een flink deel van de vertellers waren oud leerlingen van de scholen, die zich de zusters maar al te goed konden herinneren. Zie bijvoorbeeld het verhaal van Joke van Gerwen – van Nuland en haar zus Ria, die er op school zaten en nog een rapport uit 1940 konden laten zien. Levendig vertelden ze daarover: “Zie je niks geks aan dit rapport? Geen rapportcijfer in Mei! De oorlog was uitgebroken.” Of het verhaal van Jopie Peters, die vertelde over gymnastiek en les met telramen. Tijdens dit soort interviews, waarbij we het liefst op de koffie gaan bij de mensen thuis, merk je al snel dat het verhaal niet alleen gaat over het gebouw waarvoor we eigenlijk komen. Mensen wijden uit naar andere plaatsen en verhalen, die voor hen met de geschiedenis verbonden zijn. Bij de oudsten van dagen komt de oorlog steevast terug. Ook die verhalen schrijven we voor een deel gewoon op en dat is een principieel punt: een religieus gebouw – maar in wezen elk monument – kan je niet los zien van het netwerk van herinnering waarin het betekenis heeft. Alles is relevant, dus als iemand iets vertelt op zo’n moment dat niets met het gebouw te maken heeft, moet je als herbestemmer je eigen focus even los durven loslaten: het gaat om de mensen en om erfgoed, niet om ons.
Een ander aspect dat hier aan raakt is dat mensen tijdens onze verhalenrondes ook vertellen over de nare dingen. Ook hier passen we – waar respectvol mogelijk – geen censuur toe. Er waren immers ook nare zusters op de scholen en er zijn verhalen van misbruik door kerkvaders. Het hoeft geen hoofdzaak te worden in ons project, maar we noemen dit soort zaken wel als mensen er zelf over beginnen. Dit vinden conventionele ontwikkelaars nog wel eens lastig. Hun angst is dat de donkere geschiedenis van een plek zou afstralen op het ontwerp voor de herbestemming. Dit wijzen we resoluut van de hand. Voor mensen die interesse hebben in historische panden, is authenticiteit een belangrijke waarde en in de onderstroom zijn de donkere kanten vaak toch maatschappelijk al bekend.
Heb de waarheid niet in pacht
Ons uitgangspunt tijdens Mensen Vertellen is dat ook wij bij BOEi een lerende organisatie zijn. We laten ons daarom graag publiekelijk door mensen corrigeren als een verhaal de plank mis slaat. Een letterlijk voorbeeld daarvan is het verhaal van de broodplank in het Nemiusklooster. Om één of andere reden leefde bij de nieuwe gebruikers van de Soete Moeder in 2016 het idee dat een kast vlak bij een zijdeur er voor had gediend om brood in op te slaan voor de zusters. De bakker – een man natuurlijk – hoefde dan niet ver voorbij de voordeur te komen van het besloten klooster, wat niet wenselijk was. BOEi schreef het verhaal op zoals het was verteld en prompt kwam er bericht vanuit het moederklooster in Schijndel. Zuster Arnoldi en zuster Pancratia lazen het en hadden smakelijk gelachen over dit verhaal. Er klopte niets van: de kast was gewoon een meterkast! Het verhaal van het brood had een heel andere oorsprong en had te maken met één zuster die woonde in de voorkamer (wat te lezen is in dit verhaal). Ook andere verhalen werden ‘meeperstand’[1] door de zusters aangevuld. Aan het einde van hun bericht vroegen ze ons of we alsjeblieft het woord ‘nonnen’ niet meer wilden gebruiken. Hoewel iedereen in Brabant het over ‘nonnen’ heeft, vinden de zusters het eigenlijk niet zo netjes. Deal!
Waardeer wat mensen zelf aandragen
Ook mensen met een eigen historische interesse betrekken we graag in ons project. Zo maakte fotograaf Frans van Mensfoort in 2003 een fotorapportage in het Nemiusklooster. Een deel van de foto’s mochten wij weer gebruiken op onze website. Een andere Frans die op ons pad kwam, was Frans van der Smissen van de Heemkundekring Vrienden van Den Bosch. Van de Smissen had al jaren het vermoeden dat in het torentje van het klooster de laatste onontdekte klok van ’s Hertogenbosch moest hangen. Deze is van de buitenkant niet te zien. Toen de gelegenheid er was, takelden we Frans met een bakje aan een kabeltje duizelingwekkend omhoog tot dicht tegen de klokkentoren. Weer beneden kon hij het verlossende woord brengen: ja, er hing een flinke klok van 40 cm aan een krukas. Het is nu de 213e geregistreerde en waarschijnlijk allerlaatste nieuw ontdekte klok van Den Bosch.
Wanneer we Mensen Vertellen opstarten, leeft vaak bij lezers en inzenders de gedachte dat we geschiedenis gaan schrijven. In zeker zin is dat zo; we schrijven oral history, maar het genereren van interactie rond een plek is minstens zo belangrijk. Wat we in wezen willen, is mensen betrokken houden bij het kerkgebouw, door de verhalen die mensen er bij hebben serieus nemen. Erfgoed is niet van BOEi, maar van ons allemaal. Deze gedachten passen in de recente ontwikkelingen in erfgoeddenken, zoals die terugkomen uit het Europees verdrag van Faro (2005) over de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed. Er loopt op dit moment een onderzoeksprojecthierover bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarmee BOEi dan ook korte lijntjes houdt.
Tot slot
Met het sluiten van een kerk staan de gemeenteleden meestal buiten de deur. Wij willen ze weer binnen halen. Uiteraard is dit ons streven en de weg lang, smal en gevuld met vele obstakels. Ook wij zijn daarin lerende. Wij publiceerden de verhalen tot nu toe bijvoorbeeld op een statische webpagina. Lopende het project wordt die pagina door veel mensen gevonden, maar hoe zit het met de periode daarna? Zijn de verhalen echt behouden, of slechts tot de volgende web-update? En is er na Mensen Vertellen ook nog ruimte voor de burgerparticipatie als de architecten aan de slag gaan? Dit is ook ons leerproces, waar we steeds nieuwe stappen zetten, soms de plank misslaan, en steeds reflecteren en verder bewegen. Inmiddels hebben we wel ervaring om op te koersen.
Door Jobbe Wijnen
Afbeeldingen:
Het Nemiusklooster in 2016 (Jan van Dalen)
De zussen Joke (r) en Ria met hun foto’s en schoolrapport uit de jaren 40.
Frans van Mensfoort (en echtgenote) met zijn fotocollectie van het Nemiusklooster
Mw Delmee en haar klassenfoto van de meisjesschool bij de zusters.
Voetnoten:
[1] ‘Meeperstand’ is dialect Brabants voor ‘tegelijk’
28 mei 2020
Rondleiding op maat
Voor het organiseren van een rondleiding op maat berekenen wij kosten.
"*" geeft vereiste velden aan
Gebiedsontwikkeling met oog voor erfgoed
Twintig jaar lang zette BOEi zich in voor de herbestemming van ENKA, eens de grootste fabriek van Nederland. De Westhal, het Kantinegebouw, het Poortgebouw, de twee schoorstenen, de herinneringsbank én de fontein werden door BOEi gered van de sloop. En dat alles in nauwe samenwerking met de gemeente Ede en AM ontwikkeling. Nu de herbestemming rond is, reflecteert BOEi op een van de grootste projecten in haar bestaansgeschiedenis.
Steenfabriek de Bovenste Polder, de basis van BOEi
Steenfabriek de Bovenste Polder in Wageningen is het eerste BOEi project, waar er nog velen van zullen volgen. Een bedrijfsverzamelgebouw waar commerciële, culturele en maatschappelijke functies samen komen, in een erfgoedjas. Er wordt gewoond en gewerkt door een divers pallet aan ondernemers en kunstenaars.
Centrale Markthal als eventlocatie
Dineren in een erfgoedlocatie zo groot als twee voetbalvelden, een niet alledaagse belevenis. Dat is mogelijk de Centrale Markthal in Amsterdam, een eventlocatie die geschikt is voor vele doeleinden, van dans, muziek tot sport. De rode loper waarover je naar de Markthal loopt, vergroot de belevenis.
Havenkerk tijdelijk onderdak voor Kijkdepot Schiedam
Vanwege de restauratie van Stedelijk Museum Schiedam werd de Havenkerk tijdelijk ingericht als Kijkdepot Schiedam. De kerk bood een half jaar lang onderdak aan ca. 5.500 objecten en aan experts die de historische collectie onder de loep namen. De Havenkerk vormde een perfect decor voor het Kijkdepot, dat ook toegankelijk was voor het publiek.
Turnhal Ellecom
De Turnhal in Ellecom is een iconisch gebouw met een beladen verleden, doordrenkt van verhalen over strijd, pijn en veerkracht. Gebouwd in 1943 als trainingscentrum voor de Nederlandse SS, heeft het een donkere geschiedenis van onderdrukking en collaboratie. De verhalen van de mensen die leden onder de bouw en het gebruik van de Turnhal, evenals die van hen die tegen onrecht streden, verdienen blijvende aandacht. In 2023 organiseerde BOEi een bijeenkomst bij de Turnhal waarin betrokkenen hun herinneringen en toekomstvisies deelden. Professionele tekenaars legden de verhalen vast, wat leidde tot inspirerende gesprekken over het verleden en de toekomst. Deze verhalen, vol strijd en saamhorigheid, verbinden verleden en toekomst.
Tankstation Withuis
BOEi verzamelt niet alleen verhalen rond erfgoed, maar plaatst ook de relatie van mensen met erfgoed centraal. Bij het Caltex tankstation in Withuis, ondersteund door het Faro-programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, werd dit principe ook toegepast. Bewoners, ondernemers en oud-eigenaren kwamen bijeen om hun herinneringen en toekomstvisies over het tankstation en het dorp te delen. De verhalen benadrukten thema’s als saamhorigheid, gemeenschapszin en een verlangen naar de levendigheid van vroeger in het grensdorp Withuis. Professionele tekenaars legden deze thema’s voor de aanwezigen vast.
Slot Loevestein
Slot Loevestein in het Gelderse Poederooien, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, staat voor een omvangrijke transformatie- en uitbreidingsopgave. In 2020 en 2021 heeft de Stichting Museum Slot Loevestein een beleids- en activiteitenplan opgesteld voor het Slot en het omliggende Munnikenland. Om als volwaardig Rijksmuseum mee te kunnen doen is een bezoekersaantal van 300.000 bezoekers in 2030 nodig.
Om dit aantal te bereiken zijn de huidige activiteiten onder het licht gehouden, en moeten nieuwe activiteiten en bijbehorend vastgoed binnen en buiten de vesting ontwikkeld worden. Hiervoor is een masterplan opgesteld waarin de potentie van de plek en de unieke landschappelijke setting van het Munnikenland wordt toegelicht. Hierin worden ook de planologische implicaties beschreven, en welke stappen er genomen dienen te worden. Het is de intentie om in 2025 draagvlak voor het masterplan op te halen, BOEi begeleidt hierbij.
Meerjarenonderhoudsplan (MJOP)
Het onderhoud van monumenten kost veel geld, daarom is het extra belangrijk om inzicht te hebben in de toekomstige onderhoudsbehoeften van het pand. Dit inzicht wordt verkregen door het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Dit vergemakkelijkt het plannen en budgetteren van onderhoudswerkzaamheden op de lange termijn. Bij de Sarepthahof in Zutphen is recent onderhoud gepleegd op basis van een MJOP. Een van de ingecalculeerde werkzaamheden is het herstel van de dakgoten.
Kerk Sint Anna ter Muiden
Bij de gesprekken met (oud)bewoners van Sint Anna ter Muiden werd duidelijk dat als zij vertelden over hun herinneringen aan de kerk, zij ook steeds het dorp en de bewoners erbij betrokken. De kerk bepaalt de identiteit van dit kleine stadje zowel stedenbouwkundig als mentaal. Wie Sint Anna ter Muiden bezoekt, kan niet heen om de aanwezigheid van deze kerk; ze torent boven alle huizen uit en is al van ver te zien. Het gebouw houdt herinneringen aan mensen en gebeurtenissen levend en is onderdeel van de gehele gemeenschap. In Sint Anna ter Muiden zijn de gespreken vertaald naar een wandelroute in de tuin van de kerk. Zo zijn de verhalen voor iedereen toegankelijk.
Kloosterdorp Steyl
Om een herbestemming toekomst te geven, moet je allereerst kijken naar de geschiedenis. Kernkwaliteiten geven de essentie weer die in de (ontstaans-) geschiedenis liggen en de betekenis die betrokkenen eraan geven. De kernkwaliteiten geven handvatten voor een herbestemming. Voor Kloosterdorp Steyl zijn kernkwaliteiten opgesteld die betrekking hebben op het kloosterleven, de mondiale culturele uitwisseling, spirituele inspiratie en de aandacht voor de gemeenschap.
Rekenmodel voor verduurzamen monumenten
Dat verduurzamen loont wordt steeds duidelijker, maar is het ook financieel haalbaar? Om dit inzichtelijk te maken heeft BOEi een rekenmodel gelanceerd, waarmee dat inzichtelijk wordt gemaakt. En in plaats van een uitgebreid rapport, krijgt u concrete cijfers waarmee u direct aan de slag kunt. Het rekenmodel is interessant voor zowel eigenaren als huurders. De haalbaarheid wordt namelijk berekend op basis van de totale huisvestingslasten. Het model maakt inzichtelijk hoe de kosten en opbrengsten van verduurzaming verdeeld kunnen worden tussen eigenaar en huurder. En dat is de sleutel voor verduurzamen! Bovendien houdt het rekeninstrument rekening met de levensduurkosten van verduurzamingsmaatregelen, die simpel te kiezen zijn. Van de initiële investeringskosten tot de besparingen op energie en onderhoud tijdens de levensduur van de investeringen.
Zwarte Silo Deventer
Isolatie van de vloeren bleek niet afdoende om een comfortabel binnenklimaat te krijgen in de Zwarte Silo in Deventer. “In het restaurant stookten ze zich het schompes, maar het bleef koud.” De voormalige graansilo’s zijn nu deels volgestort met cellulose, dat een hoge isolerende waarde heeft. Een onzichtbare en relatief betaalbare verduurzamingsmaatregel, die BOEi nauwkeurig monitort. Het is een pilot, maar als die succesvol blijkt, kan dat heel interessant zijn voor de rest van de monumentenwereld.
Stork Hengelo
In 2023 onderzocht BOEi een deel van het voormalige fabrieksterrein van Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo. Dit industrieel complex, opgericht in 1868, produceerde onder andere stoommachines, turbines en pompen. In de vroege twintigste eeuw groeide het uit tot een toonaangevend industrieel terrein. De fabriek had niet alleen een grote economische impact, maar beïnvloedde ook het sociale leven en de ruimtelijke ontwikkeling van Hengelo. Zo bouwde Stork onder andere Tuindorp Lansink, een verenigingsgebouw, een bibliotheek en een fabrieksschool voor de arbeiders.
Het terrein heeft historische waarde als voorbeeld van een groot Nederlands industrieel complex met internationale betekenis. De samenhang van de fabrieksgebouwen, fabrieksstraten, hallen, het ketelhuis, koeltorens en kantoren maakt de functie als machinefabriek nog steeds herkenbaar. Dit erfgoed weerspiegelt de geschiedenis van de Nederlandse machinebouw en de invloed van Stork op de stad Hengelo. Deze waarden vormen een belangrijke basis voor het opstellen en beoordelen van herbestemmingsplannen voor het terrein.
Quarantaineterrein Rotterdam
Het Quarantaineterrein in Rotterdam werd begin vorige eeuw aangelegd als plek voor afzondering en herstel voor mensen met een besmettelijke ziekte. Er werden verschillende gebouwen op het terrein geplaatst, waaronder ziekenbarakken, zustergebouwen en een lijkenhuis. Nadat het terrein in 1981 eigendom werd van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam, werden de gebouwen werden gekraakt en werden de contactenbarakken en de kapiteinsbarak gesloopt. In het recentere verleden nam de waardering voor de bewaard gebleven delen van de voormalige quarantaine-inrichting toe, waarna het complex in 2010 werd opgenomen in het register van rijksmonumenten. Voor de herbestemming van panden op het Quarantaineterrein zijn bouwhistorische verkenningen opgesteld, waarin de cultuurhistorische waardenstelling is opgenomen. Deze waardenstelling kan als basis worden gebruikt bij het opstellen van plannen voor de herbestemming, en ook voor de beoordeling van deze plannen door het bevoegd gezag.
Kantinegebouw ENKA Ede
De herbestemming van de voormalige ENKA-Kantinegebouw tot een bijna-energieneutrale (BENG) 'brede school' startte in 2016 met een haalbaarheidsonderzoek. Bijzonder is de manier waarop weloverwogen is ingegrepen in het rijksmonument. Zo is er gekozen om het pand eerst casco te beschermen en te restaureren en daarna pas te herbestemmen. De herbestemming laat zien dat door zorgvuldig restaureren en vernieuwen, zelfs gebouwen met een zwaar industrieel verleden, een moderne, duurzame en maatschappelijke functie kunnen krijgen. BOEi heeft voor de herbestemming en verduurzaming van het ENKA-Kantinegebouw de Erfgoed Duurzaamheidsprijs ontvangen. Bij de uitreiking in het Singer museum in Laren werd de herbestemming ‘een schoolvoorbeeld voor de monumentensector’ genoemd.
De Bernardus Made
Het dalende kerkbezoek van de afgelopen decennia heeft zijn weerslag op het Nederlandse religieuze erfgoed. Zo ook in het Noord-Brabantse Made, waar BOEi in 2019 en 2020 een haalbaarheidsonderzoek deed naar de herbestemming van de Bernarduskerk. Dat begon met gesprekken met de dorpsbewoners, waaruit duidelijk werd waar in Made behoefte aan was. De Bernarduskerk vormt na een intensieve restauratie, verduurzaming en herbestemming het nieuwe hart van het dorp, als sociaal cultureel centrum 'De Bernardus'. Het kerk huisvest nu verschillende verenigingen, een consultatiebureau, kinderopvangorganisatie Kibeo, bibliotheek Theek 5 en een theaterzaal.