Kerkenvisie: betrek de kerkelijke gemeenschap bij een herbestemming

Nemiusklooster in 2016 (Jan van Dalen)

De herbestemming van een kerk is een proces van veel afstemmen. Je moet rekening houden met erfgoedzorg, inpassing van nieuwe functies of waarden in de omgeving, maar ook met de (voormalige) leden van de kerkelijke gemeenschap of parochie. Vooral die laatste groep vraagt bijzondere aandacht. Voor hen was - of is - het gebouw het kloppend hart van een gemeenschap. Omwonenden voelen zich dan ook vaak moreel eigenaar van het erfgoed. De manier waarop je daar mee om gaat, is een belangrijk vraagstuk voor een kerkenvisie - Door Jobbe Wijnen, BOEi

Er was een tijd dat ontwikkelaars samen met een architect en aannemers vanachter hun eigen bureau een plan maakten voor de herbestemming van een pand en dat plan pas aan de burgers presenteerden als het op papier al af was. Die tijd ligt gelukkig achter ons…toch? Helaas niet. Ondanks dat de goede intenties voor burgerparticipatie er vaak zijn, wordt herontwikkeling van bestaande gebouwen nog geregeld benaderd als het invullen van een lege ruimte. Het lijkt dan alsof de betrokkenheid van burgers een belemmering is. Zeker bij kerken is de betrokkenheid van omwonenden vanuit de historie groot. “Ik heb mijn hele leven in die kerk meegemaakt” vertelde een oud parochiaan van een gesloten kerk me laatst nog. “Van doop tot communie, van huwelijk tot alle begrafenismissen, ik heb het allemaal gezien in die kerk. Ik bid nog altijd een weesgegroetjes als ik er  voorbij kom.” Ondanks dat de kerk al in de jaren 90 sloot, voelt mevrouw zich nog altijd met hart en ziel verbonden met het gebouw… dat vandaag de dag een trampolinecentrum is. Het is niet vreemd dat zij over zo’n herbestemming dus ook een mening heeft. Maar ook voor anderen kan de kerk in hun wijk een krachtig symbool zijn. “De kerk zien, is thuiskomen” zei iemand in Oostzaan, die er nog nooit in haar leven binnen geweest was.

Het opzetten van burgerparticipatie is een complex vraagstuk, waarbij BOEi overheden kan begeleiden bij het opstellen van een kerkenvisie. Belangrijkste advies: begin zo vroeg mogelijk! Dit artikel gaat slechts over een element uit die participatie dat we verderop in het proces inzetten: ‘Mensen vertellen over Monumenten’.  Het  project – in het kort ‘Mensen Vertellen’ - is voortgekomen uit onze wens verhalen een plek te geven in de herbestemming. Erfgoed is erfgoed juist vanwege de relatie die mensen er mee hebben. Dat moet je koesteren, meenemen, en ‘mee-herbestemmen’ in de toekomst. En het begint met luisteren naar wat mensen te vertellen hebben. Deze blog gaat over hoe we dit project uitrolden in het Nemiusklooster.

Het Nemiusklooster, 's Hertogenbosch

Het Nemiusklooster werd gebouwd 1929 in de destijds splinternieuwe wijk De Muntel in ‘s Hertogenbosch en werd tot begin deze eeuw bevolkt door de Zusters van Liefde. Het klooster was geen op zichzelf staande religieuze plek in de wijk. Zoals vaak in katholieke stadsdelen was het slechts één van vele gebouwen die relatie had tot ‘de kerk’, zoals het instituut in Brabant vaak wordt aangeduid. Er was ook nog een kerkgebouw, enkele scholen, een patronaat en een tehuis voor ouderen die allen tot dezelfde wijk behoorden. Voor parochianen was de kerk het middelpunt van gemeenschap en de geestelijken en zusters en kloosters daar omheen een factor in, en het decor van hun religieuze leven. De zusters van het Nemiusklooster waren daarin ook de leerkrachten van de wijkscholen. Toen de bezetting van het klooster vanaf de jaren 80 langzaam was teruggelopen, gingen de Zusters van Liefde terug naar hun moederklooster in Schijndel en kwam het gebouw leeg te staan. In 2016 werd het door BOEi herbestemd tot Kloosterhotel.

mini-foto_2_Ria_en_Joke.jpgBlijf niet bij je leest als mensen iets vertellen

Toen het project Mensen Vertellen van start ging, vroegen we de omwonenden via een oproep of ze hun verhaal wilden vertellen. Daarop werd volop gereageerd, een aanwijzing van hoe sterk dit onderwerp in de wijk, maar ook daarbuiten leefde. Een flink deel van de vertellers waren oud leerlingen van de scholen, die zich de zusters maar al te goed konden herinneren. Zie bijvoorbeeld het verhaal van Joke van Gerwen – van Nuland en haar zus Ria, die er op school zaten en nog een rapport uit 1940 konden laten zien. Levendig vertelden ze daarover: “Zie je niks geks aan dit rapport? Geen rapportcijfer in Mei! De oorlog was uitgebroken.” Of het verhaal van Jopie Peters, die vertelde over gymnastiek en les met telramen. Tijdens dit soort interviews, waarbij we het liefst op de koffie gaan bij de mensen thuis, merk je al snel dat het verhaal niet alleen gaat over het gebouw waarvoor we eigenlijk komen. Mensen wijden uit naar andere plaatsen en verhalen, die voor hen met de geschiedenis verbonden zijn. Bij de oudsten van dagen komt de oorlog steevast terug. Ook die verhalen schrijven we voor een deel gewoon op en dat is een principieel punt: een religieus gebouw – maar in wezen elk monument – kan je niet los zien van het netwerk van herinnering waarin het betekenis heeft. Alles is relevant, dus als iemand iets vertelt op zo’n moment dat niets met het gebouw te maken heeft, moet je als herbestemmer je eigen focus even los durven loslaten: het gaat om de mensen en om erfgoed, niet om ons.

Een ander aspect dat hier aan raakt is dat mensen tijdens onze verhalenrondes ook vertellen over de nare dingen. Ook hier passen we – waar respectvol mogelijk – geen censuur toe. Er waren immers ook nare zusters op de scholen en er zijn verhalen van misbruik door kerkvaders. Het hoeft geen hoofdzaak te worden in ons project, maar we noemen dit soort zaken wel als mensen er zelf over beginnen. Dit vinden conventionele ontwikkelaars nog wel eens lastig. Hun angst is dat de donkere geschiedenis van een plek zou afstralen op het ontwerp voor de herbestemming. Dit wijzen we resoluut van de hand. Voor mensen die interesse hebben in historische panden, is authenticiteit een belangrijke waarde en in de onderstroom zijn de donkere kanten vaak toch maatschappelijk al bekend.

Heb de waarheid niet in pacht

Ons uitgangspunt tijdens Mensen Vertellen is dat ook wij bij BOEi een lerende organisatie zijn. We laten ons daarom graag publiekelijk door mensen corrigeren als een verhaal de plank mis slaat. Een letterlijk voorbeeld daarvan is het verhaal van de broodplank in het Nemiusklooster. Om één of andere reden leefde bij de nieuwe gebruikers van de Soete Moeder in 2016 het idee dat een kast vlak bij een zijdeur er voor had gediend om brood in op te slaan voor de zusters. De bakker – een man natuurlijk - hoefde dan niet ver voorbij de voordeur te komen van het besloten klooster, wat niet wenselijk was. BOEi schreef het verhaal op zoals het was verteld en prompt kwam er bericht vanuit het moederklooster in Schijndel.  Zuster Arnoldi en zuster Pancratia lazen het en hadden smakelijk gelachen over dit verhaal. Er klopte niets van: de kast was gewoon een meterkast! Het verhaal van het brood had een heel andere oorsprong en had te maken met één zuster die woonde in de voorkamer (wat te lezen is in dit verhaal). Ook andere verhalen werden ‘meeperstand’[1] door de zusters aangevuld. Aan het einde van hun bericht vroegen ze ons of we alsjeblieft het woord ‘nonnen’ niet meer wilden gebruiken. Hoewel iedereen in Brabant het over ‘nonnen’ heeft, vinden de zusters het eigenlijk niet zo netjes. Deal!

Waardeer wat mensen zelf aandragen

mini-foto_3_P1010801.JPGOok mensen met een eigen historische interesse betrekken we graag in ons project. Zo maakte fotograaf Frans van Mensfoort in 2003 een fotorapportage in het Nemiusklooster. Een deel van de foto’s mochten wij weer gebruiken op onze website. Een andere Frans die op ons pad kwam, was Frans van der Smissen van de Heemkundekring Vrienden van Den Bosch. Van de Smissen had al jaren het vermoeden dat in het torentje van het klooster de laatste onontdekte klok van ’s Hertogenbosch moest hangen. Deze is van de buitenkant niet te zien. Toen de gelegenheid er was, takelden we Frans met een bakje aan een kabeltje duizelingwekkend omhoog tot dicht tegen de klokkentoren. Weer beneden kon hij het verlossende woord brengen: ja, er hing een flinke klok van 40 cm aan een krukas. Het is nu de 213e geregistreerde en waarschijnlijk allerlaatste nieuw ontdekte klok van Den Bosch.

Wanneer we Mensen Vertellen opstarten, leeft vaak bij lezers en inzenders de gedachte dat we geschiedenis gaan schrijven. In zeker zin is dat zo; we schrijven oral history, maar het genereren van interactie rond een plek is minstens zo belangrijk. Wat we in wezen willen, is mensen betrokken houden bij het kerkgebouw, door de verhalen die mensen er bij hebben serieus nemen. Erfgoed is niet van BOEi, maar van ons allemaal. Deze gedachten passen in de recente ontwikkelingen in erfgoeddenken, zoals die terugkomen uit het Europees verdrag van Faro (2005) over de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed. Er loopt op dit moment een onderzoeksproject hierover bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarmee BOEi dan ook korte lijntjes houdt.

mini-foto_4_P1010754.JPGTot slot

Met het sluiten van een kerk staan de gemeenteleden meestal buiten de deur. Wij willen ze weer binnen halen. Uiteraard is dit ons streven en de weg lang, smal en gevuld met vele obstakels. Ook wij zijn daarin lerende. Wij publiceerden de verhalen tot nu toe bijvoorbeeld op een statische webpagina. Lopende het project wordt die pagina door veel mensen gevonden, maar hoe zit het met de periode daarna? Zijn de verhalen echt behouden, of slechts tot de volgende web-update? En is er na Mensen Vertellen ook nog ruimte voor de burgerparticipatie als de architecten aan de slag gaan? Dit is ook ons leerproces, waar we steeds nieuwe stappen zetten, soms de plank misslaan, en steeds reflecteren en verder bewegen. Inmiddels hebben we wel ervaring om op te koersen.

 

Afbeeldingen:

  • Het Nemiusklooster in 2016 (Jan van Dalen)
  • De zussen Joke (r) en Ria met hun foto's en schoolrapport uit de jaren 40.
  • Frans van Mensfoort (en echtgenote) met zijn fotocollectie van het Nemiusklooster
  • Mw Delmee en haar klassenfoto van de meisjesschool bij de zusters.

Voetnoten:


[1] 'Meeperstand' is dialect Brabants voor ‘tegelijk’