Strokartonfabriek De Halm in Hoogkerk werd in 1913 opgericht door een coöperatie van 258 boeren. De locatie was zorgvuldig gekozen: direct aan het Hoendiep en de spoorlijn Groningen-Leeuwarden. Dankzij een eigen insteekhaven en spooraansluiting konden grondstoffen (zoals steenkool voor de stoomketels) en eindproducten efficiënt worden aan- en afgevoerd. Deze gunstige ligging vormde de basis voor een van de grootste en modernste strokartonfabrieken van Groningen.
Strokarton is zoals de naam al aangeeft karton gemaakt van stro. Dit is dikker karton (ook wel bruinkarton genoemd) dan het karton dat wordt gemaakt van oud papier (grijskarton). Het product werd veel gebruikt als verpakkingsmateriaal maar ook voor plafonds, boekbanden en spoorkaarten. Het produceren van strokarton concentreerde zich in de provincie Groningen en is een kenmerkende en karakteristieke regionale industrie. De ontwikkeling van strokarton kwam voort uit de zoektocht naar een nuttige bestemming voor het verwerken van graanstro, een landbouwafvalproduct.

De fabriek werd ontworpen door de Groningse architecten Geert en Wiep Wierenga, specialisten in industriële gebouwen voor de agrarische industriegebouwen als aardappelmeel- en strokartonfabrieken. Op het 26 hectare grote terrein kwam een zorgvuldig georganiseerd complex met een hoge hoofdfabriek langs de nieuwe haven, opslagterreinen voor stro en grote afvalwaterbassins.


Architecten Geert en Wiep Wierenga ontwierpen een modern industrieel complex van zo’n 26 hectare. De architecten waren gespecialiseerd in de bouw van agrarische Aan één kant van het terrein werd een insteekhaven gegraven haaks op het kanaal, met daarlangs het hoofdgebouw van de fabriek. Aan de andere kant van het terrein was ruimte voor de opslag van stro in de open lucht en grote bassins voor afvalwater. Het imposant hoofdfabrieksgebouw van drie verdiepingen (circa 26 meter hoog) kreeg de grote letters “Stroocartonfabriek De Halm” op de gevel. Dit type hoge fabriek – een “trapezium”-model – was destijds vooruitstrevend en zorgde voor een efficiënt productieproces. Het hoofdgebouw kreeg een betonconstructie om het gewicht van de bolkokers te kunnen dragen en eveneens een betonnen kap. Ernaast lag de lagere hollanderzaal (voor pulpverwerking) en een langgerekt baangebouw met vier kartonmachines. De fabriek bestond uit verschillende geschakelde bouwdelen voor de verschillende onderdelen van het productieproces met verschillende volumes. De gebouwen kregen gemetselde gevels met een geleding door pilasters of lisenen en bovenaan siermetselwerk. De meeste kappen waren van ijzer. Ook de hollanderzaal werd voorzien van betonnen spanten. G. en W. Wierenga paste het ontwerp voor de bouw nog aan. Het ketelhuis werd kleiner waardoor ruimte ontstond voor een kolenbergplaats en het kleine pakhuis werd iets groter. Aan het einde van de insteekhaven verrees een opvallend kantoorgebouw in sierlijke jugendstil-stijl met ranke torentjes op de hoeken, zodat de leidinggevenden letterlijk uitkeken over alle aan- en afvoer. Aan de andere kant van de insteekhaven werd een arbeiderswijk, de Halmbuurt, gebouwd voor de werknemers. Langs de toegangsweg tussen die wijk en de fabriek kwamen enkele opzichtershuizen en een statige directeursvilla.



Op 1 februari 1915 begon de fabriek officieel met de productie van strokarton, en in de jaren erna groeide De Halm uit tot een van de grotere en modernste strokartonfabrieken in Groningen.
Groei en aanpassingen
De eerste productiejaren verliepen wisselvallig door oorlogsschaarste. Zo kampte de fabriek met gebrek aan stro en kalk, en moest men zelfs experimenteren met riet als grondstof toen stro schaars werd. Toch bleef de bebouwing in deze beginjaren grotendeels ongewijzigd. Eén van de weinige toevoegingen was een kleine locomotievenloods met garage, al in 1916 gebouwd naast het spoor om het fabriekslocomotiefje en bedrijfswagens te stallen. De fabriek draaide op stoom: een eigen ketelhuis met hoge schoorsteen zorgde voor energie, en via een pomphuis werd vers water aangevoerd vanaf het Eelderdiep – essentieel omdat het lokale grondwater te zout was voor het kookproces. Ondanks de moeilijke omstandigheden bleef De Halm operationeel en bereikte het eind van de jaren 1910 zijn eerste stabiele productieperiode. In 1919 schakelde men zelfs over op een drieploegendienst om continu te kunnen draaien, wat voor die tijd behoorlijk vooruitstrevend was.
In de jaren twintig verbeterde De Halm de productieprocessen met nieuwe installaties, terwijl de gebouwen grotendeels hetzelfde bleven. Dat veranderde in 1930 met de bouw van een grote houten stroloods langs het Hoendiep. Aanleiding hiervoor was een brand die uitbrak in de buiten opgeslagen strobalen. Stro-droogte en een vonkje waren genoeg om brandgevaar te vormen, dus besloot men tot een overdekte opslagloods. De nieuwe loods werd een opvallend onderdeel van het fabriekscomplex en bepaalde jarenlang het silhouet van De Halm.
Tijdens de economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog stond de productie onder druk. Tekorten aan grondstoffen en brandstoffen beperkten de bedrijfsvoering, maar grote bouwkundige veranderingen bleven uit.



Wederopbouw en modernisering
Na de oorlog ging het beter met de kartonindustrie. In 1947 werd het oorspronkelijke kantoorgebouw uitgebreid met een extra verdieping en een nieuwe achtervleugel. Daarbij verdwenen de karakteristieke torentjes van het dak, al bleven binnen verschillende oorspronkelijke details behouden.
In de jaren vijftig werd het terrein verder uitgebreid. Er verscheen een tweede stroloods, nieuwe werkplaatsen en aanvullende opslaggebouwen. Ook kwam er meer aandacht voor milieumaatregelen. In 1954 kreeg De Halm een eigen waterzuiveringsinstallatie met filters en bezinkingsbassins, een reactie op de toenemende aandacht voor waterkwaliteit en volksgezondheid. Tot die tijd loosde De Halm haar kalk- en vezelhoudende afvalwater ongezuiverd op het Hoendiep.
De fabriek investeerde daarnaast in betere voorzieningen voor medewerkers. Nieuwe magazijnen, kantoorruimten en kantinevoorzieningen maakten deel uit van een bredere modernisering van het terrein.

Van stro naar oud papier
Rond 1960 stond de traditionele strokartonfabricage onder druk: milieueisen werden strenger en alternatieve verpakkingsmaterialen dienden zich aan. De Halm koos voor modernisering. In 1963 kreeg het hoofdgebouw een flinke uitbreiding: aan de oostzijde werd een nieuw blok van drie verdiepingen aangebouwd voor zes gloednieuwe stoomkokers (bolkokers). Deze nieuwe kookinstallatie verving de verouderde kokers in het oude deel, die toen allemaal zijn verwijderd.
Een belangrijke ontwikkeling was de bouw van nieuwe voorzieningen voor het personeel, ingegeven door aangescherpte arbeidsvoorschriften. Daarom verrees in 1962–1963 aan de zuidwestzijde van het complex een moderne kantine met wasgelegenheid en een overdekte laad- en loshal over het spoor. Een deel van de insteekhaven werd hiervoor gedempt om bouwruimte te winnen. De nieuwe laadperrons sloten direct aan op de treinrails, zodat het laden van het karton voortaan beschut en efficiënt kon plaatsvinden. Met deze ingrepen werd het terrein compacter en functioneler: medewerkers konden droog werken en de logistiek verliep soepeler.
Misschien wel de meest ingrijpende verandering was de omschakeling van de fabriek naar een geheel andere grondstof. Vanaf de late jaren ’60 stopte De Halm met het gebruik van graanstro en stapte men geleidelijk over op oud papier als basismateriaal voor karton. Daarmee veranderde de functie van sommige gebouwen en werden nieuwe gebouwen neergezet. De enorme stroloodsen werden nu minder relevant voor de bedrijfvoering. In plaats daarvan werd op de plek waar ooit de strobalen buiten lagen opgestapeld een nieuw bouwdeel voor oud-papier verwerking (pulper) gebouwd.

In de jaren 1970 hield de stroindustrie in Nederland op te bestaan – de meeste fabrieken sloten of fuseerden. De Halm wist echter door de overstap naar oud papier voort te blijven bestaan als kartonfabriek. Terwijl elders fabrieken werden gesloopt, bleef De Halm in productie, zij het onder nieuwe eigenaren na fusiegolven in de papiersector. Uiteindelijk werd de Halm onderdeel van de verpakkingsgigant Smurfit Kappa (2005) en later Solidus Solutions. In de jaren 90 werd de directievilla verbouwd tot kantoor en werd er een grote expeditiehal geplaatst

Erfgoedwaarde
De Halm behoort tegenwoordig tot de laatste tastbare overblijfselen van de Nederlandse strokartonindustrie. Ondanks vele uitbreidingen en aanpassingen is de oorspronkelijke fabrieksopzet nog goed herkenbaar. Het hoofdgebouw, de ligging aan de insteekhaven en de samenhang tussen fabriek, kantoren en woningen vertellen nog altijd het verhaal van een industrie die lange tijd bepalend was voor Groningen. Deze gebouwen vormen samen een bijzonder industrieel ensemble dat de geschiedenis van de strokartonproductie zichtbaar houdt. De Halm laat zien hoe technologische innovatie, coöperatief ondernemerschap en industriële architectuur samen een belangrijk hoofdstuk uit de Groningse economische geschiedenis hebben gevormd.
Foto header: De fabriek rond 1925, Groninger Archieven, P. Scharringa, NL-GnGRA_1986_7610
Door K. Heuvelmans
Met dank aan R. Stenvert, Gemeente Groningen en Historische Vereniging Hoogkerk
















