Routine is het gevaarlijkste wat er is

44_zuiderz_ansicht_corino.JPG

Routine is het gevaarlijkste wat er is 

Ben Corino (1954) vertelt: “Ik heb gewerkt in het Zuider van 1970 tot en met 1978. Ik begon als verpleeghulp omdat ik nog te jong was om de opleiding te starten. Meteen op de eerste dag, op de EHBO, kreeg ik de vraag om in mijn eentje wat brancards op te halen.  ‘Maar waar staan die dan?’, vroeg ik. Nou, dat was in het mortuarium en toen er daar aankwam bleek dat de overledenen er nog op lagen. Dus op de eerste dag kon ik meteen stevig aan de bak. Het was bedoeld, denk ik, als een soort test: ‘Kun je er tegen, of niet?’ Want anders stuur je natuurlijk niet zomaar iemand daar naar toe. Daarna heb ik een jaar gewerkt als hulp op de chirurgische polikliniek en de EHBO. In dat jaar werd ik heel snel volwassen. Je maakte zoveel mee, kleine en grote ongelukken, brandwonden, bedrijfsongevallen en je had in die tijd nog de roze buurt Katendrecht, daar speelde zich ook wel het een en ander af. Dus werden er uit dit district ook geregeld patiënten binnen gebracht.” 

“Na alle verplichte stages voor de opleiding te hebben doorlopen, ben ik gaan werken op de Chirurgische Intensive Care van het toenmalige brandwondencentrum. Dat was in het leven geroepen na de grote ontploffing in Pernis in 1968. De Chirurgische Intensive Care (IC) had een vuile kant en een schone kant. De brandwondenpatiënten lagen op de vuile kant. Dat klinkt misschien vreemd maar dat had te maken met de twee ‘Laminar flows’ die je hier op de ansichtkaart uit 1972 ziet. Dat zijn twee steriele ruimtes die schone gedesinfecteerde lucht over de patiënten uitstroomden. Die twee ruimtes zelf waren natuurlijk juist zeer schoon, maar de lucht die er vanuit stroomde was wel ‘vuil’ en daarom stonden deze bedden in wat wij de ‘vuile’ kant noemden van de IC. Op de foto zie je dat deze mensen blauwe lakens hebben. Dat betekent dat deze patiënten inderdaad brandwonden hadden, want die mensen kregen altijd gekleurde lakens.” 

De verpleegkundigen waren in het Zuider zeer bepalend voor de ziekenhuiscultuur. Corino: “Artsen hadden natuurlijk een zekere status, dat was in beleving echt wel een andere klasse. Maar verpleegkundigen waren in de meerderheid. Bovendien werkten er in het Zuider veel artsen in opleiding, die vanuit andere plaatsen kwamen ingevlogen en dus relatief nieuw waren. Ik herinner me een afdeling waar de verpleegkundigen de boel, qua deskundigheid, echt naar hun eigen hand konden zetten. Tegelijk was er andersom ook juist veel vertrouwen. De verpleegkundigen wisten alles, waren de kapstok voor heel het reilen en zeilen in het Zuider, maar wel een gewaardeerde kapstok. De artsen wisten precies wat zij aan ons hadden.” 

“Het wordt wel eens onderschat, maar ziekenhuizen zijn echte cultuurdragers. Als je als jong mens werd opgeleid in het Zuiderziekenhuis, dan werd je als het ware opgevoed. Dáár kreeg je je normen en waarden mee en die draag je ook, tot op de dag van vandaag, uit. De cultuur van het Zuider was dat je altijd topprestaties moest leveren.  Men duldde geen ‘zesjes’. Ik heb heel wat mensen de ‘laan uit zien vliegen omdat ze niet goed genoeg waren. Daardoor wist je van elkaar dat je op elkaar aan kon. Je wist wat de eisen waren, wat er gedaan moest worden en van elkaar dat je op de taak berekend bent. Het was bovendien een cultuur van ‘niet lullen maar poetsen’ en daarin soms ook hard voor het personeel. Ik had bijvoorbeeld een keer tijdens mijn nachtdienst ontzettende hoofdpijn en koorts. ’s Morgens bij de KNO arts bleek ik een voorhoofds- en kaakholte ontsteking te hebben. Dat werd gespoeld en ik kreeg antibioticum, maar ’s avonds werd ik om tien uur gewoon weer verwacht voor de nachtdienst. Dat was de mentaliteit. Kwaliteit leveren, daar werd je in de opleiding op gedrild.

Ik herinner me één voorval met een korentang. Een korentang is een tang om bijvoorbeeld steriele gazen uit de steriele trommel te pakken. Die tang mag niets buiten de trommel per ongeluk aanraken, want dan verliest ze haar steriliteit en is dus mogelijk besmet. Een Hoofdverpleegkundige zag een leerling met een korentang toch iets aantikken, en de tang terug zetten in de koker. Ze stuurde de leerling direct naar huis: einde opleiding! ‘Als je dat doet kan ik niet op je werk vertrouwen’. Corino beschrijft het leven op het Zuider als zeer intensief met een pittige afwisseling tussen nacht, avond en dagdiensten. Het was een soort smeltkroes van mensen onder extreme omstandigheden. Met arbeid die zo intensief en gedisciplineerd was, had het personeel, zeker de jongeren, ook grote behoefte aan een uitlaatklep: “Ik woonde als leerling ook intern en dan deed en beleefde je alles samen met je collega’s.  Ik zat dat jaar in de tweede lichting waarin voor het eerst mannen werden toegelaten op de opleiding tussen alleen maar vrouwen en onze komst als mannen bracht, hoe zal ik het zeggen, wel enige verandering met zich mee...” Corino zegt het hier niet met zoveel woorden, maar aan de flonkering in zijn ogen is wel te zien waar hij op doelt. “In principe waren er gescheiden afdelingen. De mannen sliepen ergens anders dan de vrouwen. Dat werd ook gehandhaafd, maar dat lukte natuurlijk niet helemaal.

Er werd continu overgestoken. Er is een legendarische anekdote, die ik zelf pas achteraf heb vernomen van een broeder die een tijdje intern zat in het Zuider. Hij lag op een nacht bij een zuster op haar kamer in het Voorgebouw op de eerste verdieping. zo was er een nachthoofd zr Hammer, zij was een fenomeen in die tijd vanwege haar aanpak. Zij deed nachtelijke rondes door het internaat en klopte gewoon op de deur van de slaapkamers en liep waar mogelijk direct door naar binnen. Het verhaal zegt dat die broeder net op tijd uit het raam kon klimmen om zich te verstoppen en in zijn nakie op de richel op de gevel heeft gestaan met uitzicht op de Groene Hilledijk.” “Verder waren er de nodige feestjes en er werd buiten dienststijd vaak stevig gedronken”, vertelt Corino verder. “De nieuwe broeders van mijn lichting lagen daarbij altijd onder een vergrootglas. Ik herinner me een feest waarbij een zuster teveel gedronken had. En ik zeg je, het was echt enkel goed bedoeld, maar samen met een collega pakten we dat meisje op en brachten haar naar haar kamer. We hebben zelfs nog een buurvrouw ingeschakeld. Maar dat deed er niet toe, want een dag later mochten we ons melden bij het waarnemend hoofd van de verpleging op verdenking van ik-weet-niet-wat allemaal.  Ik heb toen de conclusie getrokken dat we die feesten maar niet meer in het Zuider moesten houden en daarop heb ik het volgende feest georganiseerd in mijn ouderlijk huis.

Een goed feest was het, maar ook dat was niet goed! Ik werd weer op het matje geroepen en werd nu verweten ‘Bacchanale orgies’ te organiseren. Grappig genoeg wist ik op die leeftijd helemaal niet wat Bacchanale orgies waren, daar ben ik pas later achter gekomen. Nou ja, wat moet ik er van zeggen, het was de jaren 70, dat moet je in zijn tijd zien. We deden echt niet gekker dan elders. Er werd inderdaad gedronken en meiden bleven slapen, maar er zijn geen wetten die dat verbieden. Er werd vanuit het Zuider gewoon erg sterk op ons gelet…niet dat we ons daardoor lieten tegenhouden.” Ook in de kleine dingen werd er in het Zuider ook in de jaren 70 nog sterk normerend op je gelet. De wortels van het ziekhuis in de jaren 50 en 60 waren wat dat betreft nog sterk in de cultuur verankerd: “Als je bezoek kreeg als leerling, dan moest je dat vooraf aanmelden bij de portier. Zelfs je ouders mochten echt niet zomaar doorlopen naar je kamer.”

44_zuiderz_corino_2.JPG

Eerder sprak Ben Corino over de cultuur van kwaliteit en aanpakken. Cultuurverschillen waren er daarbij ook tussen de verschillende groepen in het personeel. “Internisten zijn bijvoorbeeld een totaal ander soort mensen dan chirurgen. Internisten, dat zijn denkers, die willen alles steeds weer op een slimmere manier oplossen. Chirurgen daarentegen zijn rouwdouwers. Die willen alleen maar snijden, zuipen en neuken. Chirurgen werken ook onder veel grotere druk. Daar heb ik verschillende coassistenten (artsen in opleiding) onder zien verzuipen. De chirurgie is een cowboywereld met continu actie. Intellectueel zijn ze niet te vergelijken met internisten, maar praktisch doen ze natuurlijk wel het meest sensationele werk. En vaak zijn chirurgen ook niet bang om het conflict aan te gaan, bijvoorbeeld met de hoofdchirurg. Tja, en als ze het conflict verloren, dan vertrokken ze. Ik heb wat dat betreft heel wat chirurgen zien komen en gaan, terwijl de hoofdverpleegkundigen bijvoorbeeld meestal tot hun pensioen in het Zuider bleven werken.”

“Ik herinner me één conflict waar ik ook bij betrokken was. Het ging over een vrouw die al maanden uitzichtloos op de IC lag. Er was geen redden aan en een assistent-chirurg wilde daarom de behandeling stoppen. De hoofdchirurg wilde dat niet, waarom weet ik niet, misschien wilde hij wel voor het experiment door, maar het was echt niet meer humaan om haar zo te behandelen. Uiteindelijk heeft de assistent gelijk gekregen en is de vrouw kort daarna overleden, maar daarna kon hij zelf wel ook vertrekken en elders zijn opleiding afmaken. Zo ging dat.”
“Er waren ook wel tegenstrijdigheden in de cultuur. De afdeling waar het meest gerookt werd door het personeel was de longafdeling, waar onder andere de ijzeren longen stonden. Als je daar tijdens de koffiepauze voorbij kwam, zag je het door de raampjes grijzer en grijzer worden van de rook. Ook de patiënten zelf rookten, trouwens. Ik herinner me een vrouw met longemfyseem, die lag in de ijzeren long, maar wilde toch af en toe wel een sigaretje roken als zij uit dat apparaat kwam. Dat soort dingen zou nu natuurlijk niet meer kunnen. Het is eigenlijk wel merkwaardig dat je zelf destijds ook wel zag dat het gek was, maar je was onderdeel van de cultuur en deed er zelf net zo hard aan mee.”  

44_zuiderz_kerstviering.jpg

Op den duur maakt Corino de stap naar het Delta ziekenhuis. “Ik ben daar de B-opleiding gaan doen, dat is psychiatrie. Dat kwam zo, ik zag op de IC van het Zuider geregeld brandwondenpatiënten psychotisch worden. Ze lagen daar lange tijd in afgesloten units waarin je – met je halve lijf verbrand – niks ander hoorde dan het gezoem van de machines. Die mensen konden soms niet meer overweg  met de prikkels en sloegen door. Ik wilde daar meer kennis over opdoen en heb het Zuiderziekenhuis verlaten. Dat is uiteindelijk altijd een goede beslissing, want je moet het werk van een IC niet je hele leven doen. Daarvoor is het te intensief en als je maar door en door gaat, is er de kans dat je op den duur gaat werken op routine. En dat is in de medische verzorging het gevaarlijkste wat er is.”

44_zuiderz_corino.JPG

Foto’s uit collectie Ben Corino en één tijdens het interview met Corino in 2017.