KIJK! Het boek over 25 jaar herbestemming in Nederland. Lees meer

Sfeer en luchtvaarthistorie nog zichtbaar aanwezig

Dit artikel maakt deel uit van het boek KIJK!, over 25 jaar herbestemmen door BOEi.

Dit vliegveld was ‘de toegangspoort tot Den Haag’, zegt Henk Kronenberg, voorzitter van de Historische Vereniging Buitenplaats Ypenburg. De eerste VIP die er in 1938 landde, was koning Leopold van België. Hij kwam over voor de doopplechtigheid van prinses Beatrix. Tot aan de sluiting in 1991 was dit hét vliegveld voor leden van het Koninklijk Huis en hun buitenlandse gasten.
De naam Ypenburg herinnert aan een buitenplaats -met veel fraaie iepen in de tuin- die in de 17e eeuw op deze plek werd gebouwd. Het landhuis werd in 1887 gesloopt maar de naam leeft voort: in het vliegveld en in de VINEX-wijk die later op- en naast het vliegveld werd gebouwd..

Vliegen als hobby

In 1937 was vliegveld Ypenburg volledig in bedrijf, terwijl het idee voor de aanleg pas twee jaar eerder was ontstaan. De plannen waren afkomstig van de leden van de Haagsche Aeroclub. Her en der in het land liet de elite die zich het vliegen als hobby kon veroorloven, eigen kleine vliegveldjes bouwen. Het terrein van het vroegere landhuis bood daarvoor ruimte genoeg. De bouw van Ypenburg was, net zoals de aanleg van bijvoorbeeld het Amsterdamse Bos, een zogeheten ‘werkverschaffingsproject’. Er was wereldwijd een grote economische crisis en de Nederlandse overheid verplichtte werkloze mannen om – tegen een zeer karige vergoeding – ongeschoold werk te verrichten. In nog geen zes maanden tijd was het grootste deel van de klus geklaard. Ypenburg was met een oppervlakte van 930 bij 830 meter even groot als Schiphol in die tijd.

Van Nellefabriek

Voor het ontwerp van de luchtvaartgebouwen werd het architectenduo Brinkman en Van der Vlugt benaderd. Zij hadden tien jaar eerder furore gemaakt met het ontwerp van de Van Nellefabriek in Rotterdam, nu Werelderfgoed. Hun ontwerpen, in de stijl van Het Nieuwe Bouwen, pasten vanwege het functionele, transparante en lichte karakter goed bij een modern fenomeen als de luchtvaart. Het Stationsgebouw werd een pareltje: in een licht gebogen tribune-vorm met perfect zicht op start- en landingsbanen. Daar kwam ook de leden-sociëteit van de aeroclub. Met eigen dakterras en restaurant, zodat de sportvliegers er prettig en ‘in stijl’ konden vertoeven. Het vliegveld werd later uitgebreid met onder meer een directeurswoning en een gebouw voor de Nederlandse Luchtvaart School.

Kogelgaten

Aan het begin van de oorlog werd er zeer zwaar gevochten om het vliegveld, dat viel de Duitsers ernstig tegen: de kogelgaten zijn her en der nog zichtbaar, zegt Henk Kronenberg. Tijdens rondleidingen laat hij ze altijd even zien. De bezetters plaatsten er een V1-lanceerbasis, die vlak voor het einde van de oorlog door de Britten werd gebombardeerd. Ypenburg werd ook bekend vanwege de massale voedseldroppings (aan parachutes) die de geallieerden er uitvoerden aan het einde van de hongerwinter 1944-1945. Een monument op het terrein herinnert aan die gebeurtenissen.

Luchtscouts

Na de oorlog werd Ypenburg weer als vliegveld in gebruik genomen. Onder de bevolking was door de oorlog ook veel interesse in de luchtvaart ontstaan. Zweefvliegers kwamen naar Ypenburg, maar ook modelvliegen werd populair. Kronenberg: “In 1945 werd de eerste luchtscoutinggroep opgericht: de Van Weerden Poelmangroep.” Deze luchtscouts waren enthousiaste modelbouwers en vlogen op Ypenburg met hun eigen gebouwde zweef- lijnbestuurde modellen. Wie slaagde voor een goede vlucht kreeg een goudkleurige ‘Gouden Wing’ op het uniform.

VINEX-wijk

De snel oprukkende woningbouw in de Wederopbouwperiode maakte intensief gebruik van het vliegveld voor militair vliegverkeer eigenlijk te luidruchtig en te gevaarlijk, zegt Kronenberg. Eind jaren ‘80 gebruikte vooral Fokker het vliegveld nog, én de (koninklijke) VIP’s. Er waren naast de luchtscouts wel zweef- en modelvliegclubs in de weekends actief. In1991 vertrok de luchtmacht en sloot vliegveld Ypenburg. Het hoofdgebouw bleek een paar jaar later de perfecte uitvalsbasis voor het projectbureau Ypenburg, dat de duizenden nieuwe woningen in deze VINEX-locatie aan de man moest brengen.

Toen dat voor ook voor elkaar was, volgde jarenlange leegstand en verloedering. De scouts zitten er nog steeds, in de voormalige directeurswoning waarvan de buitenmuren van de aanbouw in luchtvaart-stijl rood-wit gestreept zijn. De andere gebouwen (rijksmonumenten) werden door BOEi gerestaureerd en zijn allemaal verhuurd als kantoor. In de verkeerstoren zit een koffie/yoghurtbar. De luchtscouts willen het modelvliegen graag weer op gaan pakken, zegt Kronenberg. “We hebben er een mooi veldje voor.” Over en langs de geluidswal rond het terrein lopen wandel- en fietsroutes. Een kop koffie drink je bij horecagelegenheid De Verkeerstoren die langs een kaarsrechte gracht staat die de woonwijk doorsnijdt; die gracht herinnert aan de landingsbaan.

Als u een BOEi-obligatie koopt of Vriend van BOEi voor het leven wordt, ontvangt u het boek ‘KIJK!, 25 jaar herbestemmen in Nederland’ cadeau. Boordevol foto’s en artikelen over nieuw leven voor oude gebouwen. Meer informatie vindt u op onze website.