KIJK! Het boek over 25 jaar herbestemming in Nederland. Lees meer

Samenwerking rond steenfabriek is startschot voor BOEi

Dit artikel maakt deel uit van het boek KIJK!, over 25 jaar herbestemmen door BOEi.

Herbestemmen is vaak een kwestie van lange adem. Dat blijkt zeker bij de Bovenste Polder, een voormalige steenfabriek in Wageningen. In 1986 kwam een aantal inwoners van Wageningen met in hun kielzog een club studenten/krakers, in actie om de verlaten fabriek van een zekere ondergang te redden. Het duurde tot 1998, maar toen was de voormalige fabriek helemaal gerestaureerd, opnieuw ingedeeld én volledig in gebruik. Anno 2021 is De Bovenste Polder een prachtige en levendige plek waar mensen wonen, werken en genieten. Hier liggen de roots van BOEi.

De uiterwaarden van de Neder-Rijn: dat leek de gemeente Wageningen 60 jaar geleden een prima plek voor de zo gewenste nieuwe uitbreidingswijk. Drie steenfabrieken die de toekomstige woningen in de weg stonden werden aangekocht, twee werden er al snel gesloopt. Maar de bevolking verzette zich tegen woningbouw op die plek en ook bij het Rijk waren twijfels. In 1976 zette de minister een streep door de plannen. De laatst overgebleven steenfabriek, de Bovenste Polder, verkeerde inmiddels bouwkundig in erbarmelijke staat. Pieter Roza: “Bij elke storm waaiden er pannen van het dak. Dan heb je zo rot in de kap en voor je het weet zakt alles in elkaar.”

Betrokken inwoners

Roza was architect en één van de vele betrokken inwoners die zich het lot van de oude fabriek aantrokken. Arno Boon, nu directeur van BOEi, sloot zich in 1986 bij de groep aan. Roza: “We gingen er op een gegeven moment na elke schade met een groep vrijwilligers aan de slag met de dakpannen, om erger te voorkomen.”

Waterscouts gebruikten de ovenruimtes om materiaal op te bergen. Er kwam een Stichting tot behoud van de Bovenste Polder. Het lukte het actiecomité om een HTS te interesseren voor een praktische werkweek in Wageningen: de kap werd zó hersteld, dat het gebouw wind- en waterdicht was. Leuke praktijkoefening vond Staatsbosbeheer, inmiddels eigenaar, maar zij zagen vooral risico’s: pannen konden van het dak afvliegen, de situatie was gevaarlijk. Voorstel: kap eraf, daarmee werd de steenfabriek bovendien ‘vleermuisgereed’, die functie paste veel beter bij de groene doelstellingen van de organisatie. Goede contacten bleken hier van doorslaggevend belang: de toenmalige directeur van de Monumentenwacht was bevriend met Roza en overtuigde Staatsbosbeheer dat deze ingreep juist perfect was uitgevoerd. Dergelijk noodherstel was standaard bij Rijksmonumenten.

Opgeven of professionaliseren

De klusdagen gingen verder, de schoorsteen was al eerder preventief ‘getopt’. De aanhoudende inzet van veel inwoners bij het behoud van de steenfabriek maakte indruk bij de politiek. Een wethouder liet weten wel 100.000 gulden te willen investeren: ‘Een belangrijk begin’, zegt Roza. ‘Andere subsidiegevers willen altijd graag een financieel gebaar zien van een plaatselijke gemeente.’

Het was nu óf opgeven, of professionaliseren, vonden alle betrokkenen. Het werd dat laatste. In 1994 richten Arno Boon en Han Wartna de Stichting tot Behoud van de Bovenste Polder op. Hans Renes was één van de bestuursleden: “Er was visie, er was een goed verhaal. Er moest een bestemming komen, én geld. Dat geld was nodig voor een goede restauratie en daarna moest er een bestemming komen zodat het gebouw zichzelf kon bedruipen. Je kunt één keer veel subsidies binnen halen voor zo’n restauratie, maar niet voor terugkerend onderhoud.”

Deskundig bestuur

Het bestuur zat slim in elkaar, zegt Renes. Een plaatselijke politicus informeerde ooit vriendelijk of hier soms een headhunter aan te pas was gekomen. “Een architect, een aannemer, een jurist, en zakenman, een accountant, iemand uit een steenbakkers-familie en ik kwam uit de erfgoedwereld. Er zat veel deskundigheid in het team, en we wilden allemaal ons netwerk wel inzetten voor dit doel.” De ambitie van de kraakbeweging kwam hier samen met de gevestigde orde. Het was een soort coalitie waarin verschillende leefwerelden in Wageningen bij elkaar kwamen. Arno Boon was journalist met een goed gevoel voor marketing. “We haalden de landelijke media, organiseerden een keer een klusdag en dat kwam op televisie. Er werden baksteentjes verkocht aan donateurs, we sloten aan bij Open Monumentendag. Iedereen die het zag vond het een mooi en sympathiek project en zo haalden we veel geld binnen. Ook kleine bedragen, alles was welkom.”

Ingewikkelde puzzel

Wim Hilbron was destijds directeur van de NOBO-fabriek in Ede, en werd gevraagd als voorzitter van het bestuur. “Iedereen was enthousiast, en binnen het bestuur zat veel kennis en kunde. De aannemer rekende niet de hoofdprijs en ik was streng en zakelijk: we gaan pas restaureren als het geld (1.8 miljoen gulden) voor de herbestemming binnen is.” “Het was een ingewikkelde puzzel” zegt Roza, die het ontwerp maakte. “De herbestemming moest geld opbrengen, maar ook het gebouw recht doen. Je moet kunnen blijven begrijpen hoe dit gebouw heeft gewerkt.” De Bovenste Polder zou volgens de ontwerpen van Roza plaats gaan bieden aan twee gezinnen en acht ateliers voor kunstenaars direct onder de kap, en in de voormalige ovens oefenruimte voor bands en muzikanten, nog meer ateliers en opslag van de kanoclub. De totale huur was voldoende voor de jaarlijkse vaste lasten.

Bier, soep en brood

Het laatste gat in de begroting werd gedicht op de wijze waarop dat tot dan toe steeds was gebeurd, weer of geen weer, na iedere storm of schade: vrijwilligers stroopten hun mouwen op en togen naar de uiterwaarden. Dit keer haalden zo’n 80 familieleden en vrienden van de mensen die al jaren actief waren bij de steenfabriek, in een weekend tijd samen alle dakpannen, panlatten en sporen van het gebouw. Dat leverde een mooie post ‘minderwerk’ op. “Meerwerk was er ook”, kijkt een betrokkene terug. “Dertig kratten bier en een paar grote ketels soep en brood.”

Op 1 januari 1998 was de restauratie en herbestemming afgerond. BOEi werd in 2003 eigenaar van de Bovenste Polder; Boon nam de steenfabriek als het ware mee naar zijn kersverse werkgever. De schoorsteen werd in 2013 weer op de oorspronkelijke hoogte gebracht. De loopbrug, waarover vroeger de steenkolen vanaf de Rijn naar de stookzolder werden gesjouwd, vormt nu de ontsluiting voor de bewoners en gebruikers van de woningen en ateliers.

Meer weten over ‘KIJK!, 25 jaar herbestemmen in Nederland’? Op onze website leest u meer over het boek en hoe u een exemplaar van dit bijzondere boek kunt bemachtigen.