KIJK! Het boek over 25 jaar herbestemming in Nederland. Lees meer

Groei van een kunstzijdefabriek afleesbaar in nieuwe wijk

Dit artikel maakt deel uit van het boek KIJK!, over 25 jaar herbestemmen door BOEi.

Aangrenzend aan het ‘groenste speelplein van Nederland’ basketbalt een groep kinderen op de grijze tegels van het verdiepte schoolplein. De school zit in het voormalig Kantinegebouw, een overwegend modernistisch pand uit 1951. Licht, Lucht en Ruimte waren de belangrijkste ontwerpprincipes. Het leidde tot een functioneel en transparant gebouw, met ranke stalen kozijnen (en dus koudebruggen), niet geïsoleerde betonnen wanden en grote glasvlakken van enkel glas. Toch is dit rijksmonument dankzij duurzame ingrepen een Bijna EnergieNeutraal Gebouw: BENG.

Kantinegebouw

Het Kantinegebouw staat in het hart van de nieuwe wijk OP Enka, aan de rand van Ede. Om de school en buitenschoolse opvang staan straks in totaal zo’n 1.500 woningen, een horecagelegenheid, kantoren, vergaderlokaties en een mega fietshal, waar een Nederlandse rijwielfabrikant een showroom annex experience huurt van BOEi. Binnen de hal zijn felgekleurde fietsroutes uitgezet waar mensen hun potentiële nieuwe e-bike of toerfiets uit kunnen proberen. Een aantal woningen zit in getransformeerde fabrieksgebouwen, maar er staan ook heel veel nieuwe huizen in de wijk.

Monumentale voorgevel

De meest recente serie huizen, achter een oude fabrieksmuur, gaat razendsnel van de hand. “Zo’n monumentale voorgevel binnen de context van een nieuwe wijk vinden mensen fantastisch.” Aan het woord is Marien Kleinjan van AM Wonen. “Wij zijn de regisseur van Enka”, zegt hij gekscherend. Maar dat was ruim 20 jaar geleden wel een hele onaangename ontdekking voor de gemeente Ede, herinnert Pierre Lommen zich, gemeentelijk adviseur monumentenzorg. “We waren als gemeente al enkele jaren in gesprek met de fabriek. De zaken gingen slecht door concurrentie van lage lonenlanden. De bedrijfsleiding zocht naar mogelijkheden om delen van het terrein te ‘revitaliseren’. Maar toen in 2002 de fabriek helemaal sloot, bleek het terrein van 42 hectare al verkocht te zijn aan AM en Fortis Vastgoed. We stonden als gemeente compleet buitenspel.”

Monumentenstatus aanvragen

Daar werd razendsnel op geanticipeerd door in samenwerking met de Bond Heemschut en de Stichting Industrieel Erfgoed Gelderland – Flevoland een aanvraag te doen om de gebouwen op het voormalige fabrieksterrein een monumentenstatus te geven. Wat de ontwikkelaar dus weer voor het blok zette. Kleinjan: “Wij dachten een leeg speelveld te hebben waar we een nieuwe wijk op konden bouwen, dus ja, dat was wel een verrassende wending met een enorme impact.”
Uiteindelijk werd besloten om samen te gaan werken in ENKAns, waar BOEi de trekker van werd. Er kwam een convenant: een flink aantal monumentale elementen zou worden herbestemd, minder interessante delen van de fabriek werden gesloopt.

De dikke en de dunne

Het maakt van OP Enka nu een bijzondere wijk. De dikke en de dunne, twee schoorstenen, werden door BOEi recent gerestaureerd. Het beeldbepalende Poortgebouw als entree is er nog, het fraaie EHBO-gebouwtje wordt verbouwd tot appartementen en ook de voormalige Bitterzoutloods met karakteristiek laadperron heeft nu een aantal loftwoningen.
Fantastisch dat ‘het verhaal’ van de fabriek nog afleesbaar is, vinden alle betrokken partijen. Want de ENKA (fonetische verwoording van N.K, wat staat voor Nederlandse Kunstzijdefabriek) was een bijzondere onderneming.

Honderd jaar geleden werkten er al ruim 5.000 arbeiders, die met de eigen ENKA-bussen en -treinen vanuit de wijde omgeving van en naar de fabriek werden vervoerd. Er was een ENKA-mannenkoor, een eigen voetbalclub, een ENKA-bad (waarvoor, heel duurzaam, restwarmte uit de fabriek werd gebruikt), een tuindorp met woningen voor het ENKA-personeel. Er was een ontspanningsgebouw, dat nu nog bestaat als congrescentrum De Reehorst. De fabrieksarbeiders en later de arbeidsmigranten mixten met de van oorsprong nogal traditionele en streng christelijke bevolking.

Dagelijkse exodus

De nieuwe woningen brengen nu weer zo’n verandering teweeg, constateert dagblad De Gelderlander in een reportage over de nieuwe wijk. De nieuwe woonwijk wordt een beetje een enclave voor Randstedelijke migranten. Vroeger stroomden de fabrieksarbeiders door de ENKA-poort naar hun werk, nu is er elke dag een kleine exodus de andere kant op, richting station. Makelaars noemen Ede ‘het ideale scharnier tussen twee werelden. Werken in het levendige Utrecht of Amsterdam en daarna relaxen in je achtertuin: De Veluwe.’ Basisschool De Ontdekking in het Kantinegebouw groeit snel: het is vooral een buurtschool, niet meer uitsluitend voor de christelijke achterban.

Spoorrails verdwenen

Sommige dingen lukten ook niet: de oude spoorlijnen die vanaf station Ede-Wageningen over het fabrieksterrein en onder de gebouwen doorliepen, zijn verdwenen. Pierre Lommen: “Die structuurlijnen verankeren de gebouwen in de omgeving en daarmee was het verhaal van de fabriek nog beter afleesbaar geweest. Maar het is helaas niet gelukt om die fysiek te integreren in de openbare ruimte, ook hier gooide de vastgoedcrisis stevig roet in het eten van de ontwikkelaars en moest het plan goedkoper.” Er zijn wel verwijzingen naar die oorspronkelijke spoorlijnen opgenomen: de tracés onder de vleugels van het kantinegebouw zijn opengehouden. Ook zit er nog een stoplicht op een van de gebouwen: vroeger het sein dat waarschuwde dat er een trein aankwam.

Een deel van de oorspronkelijke bakstenen buitenmuren met hoektorens, die samen een indrukwekkend en kasteelachtig Carré vormden van 250 bij 250 meter ging ook verloren bij de bodemsanering, waar de ENKA niet mee wilde wachten. Maar twee van die gevels, die jarenlang werden gestut en waarvan Marien Kleinjan zegt dat ‘we in eerste instantie niet wisten wat we ermee moesten’, vormen binnenkort dus de imposante voorgevel van de laatste rijen woningen die worden ontwikkeld. Marien Kleinjan: “Het duurt soms járen. En dan ineens vind je die meerwaarde.” Datzelfde geldt voor de enorme Westhal (9.000 vierkante meter), waar BOEi pas in een heel laat stadium een huurder (Accell) voor vond, die daar nu ‘De Fietser’ exploiteert. De houten kozijnen zijn opvallend rood, volgens het oorspronkelijke kleurschema. Kleinjan: “Het is nu een eyecatcher van jewelste, dat heeft BOEi goed gedaan.”

Als u een BOEi-obligatie koopt of Vriend van BOEi voor het leven wordt, ontvangt u het boek ‘KIJK!, 25 jaar herbestemmen in Nederland’ cadeau. Boordevol foto’s en artikelen over nieuw leven voor oude gebouwen. Meer informatie vindt u op onze website.