KIJK! Het boek over 25 jaar herbestemming in Nederland. Lees meer

Erfgoed van tuinbouwfamilie laat ontwikkeling bollenteelt zien

Dit artikel maakt deel uit van het boek KIJK!, over 25 jaar herbestemmen door BOEi.

‘De Kalverstraat van de Bollenstreek’: dat was in de regio de bijnaam voor de Stationsweg in Hillegom. De straat had een voorname uitstraling en er waren in de eerste helft van de 20e eeuw wel twintig verschillende bloembollenbedrijven gevestigd die internationaal toonaangevend waren. Kwekerij Veelzorg, op nummer 131, stopte ruim 30 jaar geleden maar de historie van de bloembollenteelt is op deze plek nog fraai beleefbaar.

Vijf generaties

Het begon hier tweehonderd jaar geleden. In 1822 kocht de familie Veldhuyzen van Zanten hier een flink stuk zandgrond van de familie Six, regenten uit Amsterdam. Vijf generaties lang zou de familie er actief blijven in de tuinbouw. Eerst met de verbouw van groenten en aardappels, latere stapte men over op de teelt, handel en export van bloembollen. Veelzorg was vooral beroemd vanwege de kweek van hyacinten, tulpen en narcissen.

Arent Veldhuyzen van Zanten stopte in 1990 en was de laatste kweker in de familie. Hij wist dat zijn erfgenamen niet in zijn voetsporen wilden treden, maar hij had hart voor zijn bedrijf en veel liefde voor het erfgoed. Nadat hij stopte als ondernemer studeerde, hij nog geschiedenis aan de VU in Amsterdam.  Hij verkocht het omringende bollenland, maar liet de historische schuren en loodsen onaangeroerd. “Hij wilde het erfgoed van zijn voorvaderen niet verloren laten gaan”, zegt Marca Bultink, actief in de Werkgroep Bollenerfgoed.

Op zondag dicht

De bollenkweker bedacht een plan, waarbij in één van de historische schuren een museum zou komen, gewijd aan deze bijzondere bedrijfstak. Maar dat museum moest op zondag de deuren dicht houden, eiste de gelovige ondernemer. Tien jaar lang probeerde hij het, maar er kwam weinig concrete steun voor zijn ideeën. Toen adviseerde Peter Nijhof, kenner van industrieel erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om BOEi erbij te halen. Hoe kon dit bijzondere erfgoed bewaard blijven? De herbestemming van de grote bollenschuur tot woningen en de opbrengst van de verkoop van kavels kon een museum financieren, was al snel de gedachte. Maar de crisis brak uit, er was nauwelijks interesse in woningen op die plek. En dat een museum op zondag dicht zou zijn? Onmogelijk, aldus alle deskundigen die werden geraadpleegd. Dan maar geen museum, besloot de bollenkweker in overleg met BOEi.

Zorgvuldige verbouwing

Het duurde even, maar de crisis ging voorbij. Er werd op het terrein zowel gerestaureerd en gereconstrueerd als nieuw gebouwd. Dankzij de zorgvuldige ingrepen is deze kwekerij één van de gaafst gebleven historische bloembollenbedrijven in de regio en een waardevol voorbeeld van agrarisch erfgoed. Op het terrein staan nu in totaal 18 woningen. Arent zou het niet meer meemaken, hij overleed in 2016.

De oude bollenschuur uit 1928 werd zorgvuldig verbouwd en er zitten nu vijf loftwoningen in. De voormalige hyacintenholkamer uit 1906, de ‘kraamkamer’, waar uitgebloeide bollen werden uitgehold zodat ze nieuwe bolletjes gingen vormen, is ook mooi bewaard gebleven. Op het dak staan nog vier houten ventilatieschoorstenen met houten jaloezieën, een beeld dat inmiddels erg zeldzaam is in de regio. Op de zolder van de holkamer is nog een deel van de houten stellingen intact, met gazen legramen voor het drogen van de bollen. Marca Bultink: “Later kwam er elektriciteit en werkten ze met ventilatoren aan het plafond. Bij de verbouwing van alle historische gebouwen zijn originele elementen zoveel mogelijk bewaard en geïntegreerd in het ontwerp.”

Vrienden van Oud Hillegom

Het kantoor van het bedrijf en een deel van de Holkamer worden door BOEi om niet verhuurd aan de Stichting Vrienden van Oud Hillegom met zo’n 1.100 donateurs, die er historische onderzoek doet en allerlei activiteiten organiseert. De historie van het drogen, bewaren en vermeerderen is er nog steeds te zien. Een ander deel van de voormalige Holkamer doet dienst als berging voor de bewoners van het terrein. Zo is er toch door BOEi een oplossing gevonden voor de wens van Arent om de historie door te geven.

Een originele houten narcissenloods werd gesloopt. Er kwamen nieuwe woningen op diezelfde plek, die qua uiterlijk refereren aan de historie en het gebouw dat er vroeger stond. Villa Vredehof, het uit 1896 daterende woonhuis van de familie staat er nog. Het wordt nog steeds bewoond door de weduwe van Arent, Paulien Veldhuyzen van Zanten.

Het mooie van deze plek is dat de ontwikkeling van de bollenteelt door de eeuwen heen hier nog goed afleesbaar is, zegt Marca Bultink. “Verschillende types bedrijfsgebouwen uit diverse periodes staan hier nog bij elkaar. Ze staan bovendien nog in hun oorspronkelijke setting: te midden van bloeiende bollenvelden.”

Stalen loodsen

Er zitten natuurlijk nog steeds bollenkwekerijen in de directe omgeving van Kwekerij Veelzorg. Bultink: “In grote stalen loodsen met lopende banden. Een vorkheftruck met kuubskisten kan er zó naar binnen rijden.” De bollenvelden rond Veelzorg staan nog steeds in bloei van het vroege voorjaar tot de herfst, met narcissen en tulpen, maar ook allium en gladiolen. Een projectontwikkelaar heeft de grond in eigendom en hoopt er woningen te kunnen bouwen, maar de provincie wil dat tot nog toe niet, dus wordt de grond nog verpacht aan een kweker.

In de Duin- en Bollenstreek staan nog ongeveer 500 historische bollenschuren, waarvan er steeds meer een nieuwe bestemming krijgen, maar ze zijn lang niet allemaal beschermd. Marca Bultink: “Niet elke eigenaar heeft zoveel liefde voor dit erfgoed zoals Arent Veldhuyzen van Zanten had.”

Meer weten over ‘KIJK!, 25 jaar herbestemmen in Nederland’? Op onze website leest u meer over het boek en hoe u een exemplaar van dit bijzondere boek kunt bemachtigen.