Borstplaat voor hartpatiënten

Brand_paviljoen_1_1965.jpg

Toen Ria Brand eenmaal wat verhalen gelezen had van het Zuider, kwamen er ook bij haar weer anekdotes terug: “In de maanden december, maart, mei en september begon telkens de vooropleidingen van drie maanden. Als je daar voor slaagde mocht je in november starten met de A-opleiding. Dat betekende één keer per veertien dagen één dag theorieles. Ik ben begonnen met de vooropleiding in september 1964. Helaas kreeg ik na 3 weken de ziekte van Pfeiffer en werd zelf opgenomen op de zusterklas. Dat was een kamer op de afdeling reumatologie/revalidatie.  Omdat je intern woonde werd je bij ziekte dus in het Zuider opgenomen. Toen ik weer mocht werken had mijn groep al examen gedaan. Ik begreep dat ik de vooropleiding over moest doen in december, maar dat zou betekenen dat ik pas in november 1965 met de A-opleiding kon starten. Dat leek me niet prettig. Toen ik op de zusterklas lag, kwam de medisch-directeur en verpleegkundig-directeur dagelijks visite lopen. Gelukkig werd toen besloten dat ik in november 1964 toch mocht starten met de A-opleiding terwijl ik de vooropleiding nog niet had afgerond.”

“Maar het werd geen prettige tijd. In mijn oude groep kenden de leerlingen elkaar inmiddels goed en was ik een buitenstaander. Bij mijn nieuwe vooropleidingsgroep van december was ik daarentegen juist de ‘uitslover’ omdat ik ook al in de A-opleiding zat. Gelukkig slaagde ik voor de vooropleiding en kon verder met alleen mijn oude groep.”

“Ik begon op ‘Paviljoen 1, mannen-intern’. Het verhaal van Wil Gelderman over de melk bij maagpatiënten (RTV Rijnmond) deed mij denken aan een patiënt van mijzelf, ik geloof dat hij een hartinfarct had gehad. In die tijd hadden patiënten met een hartinfarct ‘zes weken bedrust tweepersoons’. Dat hielt in dat alle handelingen met twee zusters bij de patiënt gedaan moest worden. Als hij op de po moest,  moest je met z’n tweeën tillen maar voordat je kon tillen had de patiënt z’n billen al omhoog en kon je de pot onderschuiven. Nu is dat allemaal niet meer voor te stellen. Die hartpatiënt kreeg ook een dieet van borstplaat voorgeschreven. Toen ik voor de zoveelste keer met de borstplaat aan zijn bed kwam dacht ik: ‘Als blikken kunnen doden dan is het nu gebeurd met me.’ Ik ben naar de hoofdzuster gegaan en heb gezegd: ‘Als ik hiermee door ga krijgt die man een nog een infarct.’”

“Mijn eerste ‘spuitpunt’  haalde ik op mijn eerste afdeling. Een spuitpunt staat voor het cijfer en handtekening dat je kreeg voor het goed uitvoeren van een handeling. Voor sommige ingrepen moest je drie handtekeningen hebben voordat het goed gekeurd werd.  De patiënt wist natuurlijk dat het om een punt ging, want de hoofdzuster stond er naast. Deze man ben ik daarna mijn hele opleiding nog tegengekomen. Toen ik als tweedejaars op mannen-heelkunde werkte, werd hij daar ook opgenomen. Hij kende me nog goed en zei: ‘Weet je nog die eerste spuit?’ Vervolgens werkte ik als derdejaars op de IC (intensive care) en jawel, daar werd hij ook weer opgenomen met weer dezelfde vraag: ’Weet je het nog..?’  Het nachthoofd van de interne afdeling herinner ik me ook nog, zij was heel aardig. Zij droeg zachte schoenen, dus je hoorde haar niet lopen. Om te voorkomen dat je zou schrikken als ze ineens binnen kwam, rammelde ze met haar sleutelbos om haar komst aan te kondigen. Het nachthoofd van chirurgie was het tegenovergestelde van haar: zij kon je echt overvallen als ze ineens naast je stond!”

Foto boven: Ria op paviljoen 1, in 1965 (collectie R. Brand)

Foto onder: De groep van Ria in 1967 allemaal geslaagd voor de opleiding. Er staat één broeder op de foto. Toen waren er nog niet veel mannen in opleiding.  Deze broeder had eerst zijn B diploma gehaald en stroomde pas later in bij Ria’s groep. Op de foto ook Dr. Karbaat (links) toen onze medisch directeur en Zr TPS Ten Have (midden) (foto collectie R. Brand).

Brand_klas_geslaagd_1967.jpg