Kinderafdeling

50-3_zuiderz_gelderman.jpg

Na haar tijd op Vrouwenheelkunde ging Wil van de Beek op 1 augustus 1957 op de Kinderafdeling werken, waar ze zeven maanden zou blijven: 

“Mijn tijd op de kinderafdeling is een prima tijd geweest. Wel was het erg behelpen met eenvoudige hulpmiddelen, zoals een provisorische zuurstoftent voor kindjes met ademnood. Op de couveusekamer waren geen ‘isolettes’ zoals je die nu ziet, maar stonden nog drie houten kistjes met kruiken voor de allerkleinsten. Wel hadden we isolatieboxen voor kinderen met besmettelijke ziekten.

Voeding voor de kinderen werd in de melkkeuken klaargemaakt en in flesjes gedaan. Moedermelk werd door de moeder van het kindje zelf thuis afgekolfd en in de ochtend met een taxi voor het ziekenhuis opgehaald. ’s Nachts baden we de kinderen. Dr. J. Engelhardt was het medisch hoofd van de afdeling en verbood het om overdag de kinderen uit bed te halen en te knuffelen. Daarom deden we dat met veel genoegen en plezier ’s nachts. Maar ook ’s avonds moesten we wel uitkijken, want er was daar een nachthoofd…zo’n klein krengetje…die kwam controleren in de kamers of er niet geknuffeld werd. Omdat ze zo klein was, kon ze niet gemakkelijk door de raampjes in de deuren kijken.

Die zaten te hoog voor haar en dat hielp ons weer om te voorspellen wanneer ze er aan kwam. Op een avond heeft iemand daar een streek mee uitgehaald. Het nachthoofd liep door de gangen en probeerde weer eens door het raampje te kijken om ons te controleren. Een broeder zag het en zei ‘zal ik je even optillen dan kan je het beter zien?’ Dat soort ongein en gein, je moet het in zijn tijd zien hoor. Nachthoofd was in de hiërarchie van toen nog echt een gewichtige functie, zo’n opmerking kon je eigenlijk niet maken. Er waren strenge bezoekregels op de kinderafdeling rond 1960. Kinderen werden niet toegelaten op de bezoekuren en patiënten zagen hun broertjes of zusjes pas weer thuis. Ouders van couveusekindjes konden hun kindje alleen van achter glas bewonderen, dus niet aanraken. Het verpleegkundig hoofd, Zr. Geluk, vormde samen met de artsen een goed team, waar leerlingen dus ook prettig konden werken en leren. Maar wij haalden als leerlingen ook wel ongein uit, hoor, wat niet altijd werd gewaardeerd.”
 
Foto: Kerstmis in 1957  (Collectie Wil Gelderman -van de Beek).