Intern wonen in het Zuider

50-4_P1030816.jpg

Tijdens haar opleiding eind jaren 50 woonde mevrouw Wil Gelderman – van de Beek intern in het Zuiderziekenhuis: “Intern wonen was heel goed voor ons. We hebben veel plezier gemaakt, bijvoorbeeld bij een verjaardag met één fles goedkope wijn die we met een groepje deelden en dronken uit wastafel glazen. Je kon zo met elkaar je problemen en emoties delen. Ieder had zijn beroepsgeheim, maar samen kon je er over praten. Als derdejaars in de opleiding mocht je extern gaan wonen, wat ik snel geregeld heb met een collega. Ik herinner me uit die periode ook dat we toneel gespeeld hebben in de kerkzaal in het centraal gebouw, op het eindexamenfeest van geslaagde verpleegkundigen. Het oefenen voor dit toneelstuk gebeurde in de ruimte voor fysiotherapie in de kelder.

Daar gooiden we op een keer een bal tegen het afsprakenbord met spijkertjes met kaartjes. Niet zo bedoeld, maar alle afsprakenkaartjes lagen op de grond dus de fysiotherapeuten wisten niet meer wie er op welk moment op een afspraak zou komen. Dat was natuurlijk een ramp voor die mensen! Toen mochten we daar niet meer komen en moesten we een ander plekje zoeken.”

Over hiërarchie

Mw. Gelderman laat het ‘Verpleeg- en rapportenboekje’ zien waarin zij de vaardigheden moet laten aftekenen door een hoofdverpleegster of arts. “Voor alles wat je moest kunnen, moest je handtekeningen halen. Als je niet genoeg handtekeningen had, zakte je voor het jaar. We moesten in die tijd alles zelf doen. Als ik er nu over nadenk, snap ik niet meer hoe we het binnen werktijd voor elkaar kregen. We moesten alles met de hand uitkoken in een uitkookpan. Ook wegwerp-gebruiksartikelen bestonden niet. We maakten zelf onze wattenstaafjes met een stokje en een propje watten tijdens de nachtdienst. Ook de ‘toefertjes’ waar je mee kan deppen, moesten we zelf maken. Nu heb je prachtige incopadjes (incontinentiepads) die je zo onder iemand kan schuiven. Je trekt ze gewoon uit de kast, maar wij maakten ze van gaas en celstofpapier! Op maat knippen… in elkaar vouwen.”

De structuur in het ziekhuis was in 1957 nog zeer hiërarchisch: “Zo iemand als een Hoofdzuster, nou dat was voor jou als een leerling een Monument! Een echte Hoofdzuster had alles in de hand, regelde alles en kon ontiegelijk kwaad worden als je een fout maakte of je kleding niet goed zat. Als je een keer vergat je handen te wassen, nou, dan kreeg je van wanten! Zo iemand stond als leerling ver van je af, maar als je belangstelling toonde, als je liet zien dat je echt iets wilde leren, dan ging men daar zeker in die tijd best wel op in. Ook de echte hoofdzusters, zoals zuster Post, het hoofd van de polikliniek. Een vrouw met een goed hart.”

Foto: rapportenboekje van mw. Gelderman – van de Beek