BOEi, de Nationale Maatschappij tot Restaureren en Herbestemmen van Cultureel Erfgoed, bestaat in 2020 25 jaar. Een kwart eeuw succesvolle herbestemming van fabrieken, watertorens, boerderijen, kerken, kloosters, gevangenissen, schoorstenen en gevangenissen. Op deze pagina verzamelen wij verhalen, video’s en onderzoeken rondom 25 jaar herbestemmen in Nederland.

Re-use, no excuse

 

Begin twintigste eeuw waren er al verontruste burgers die de sloop en verpaupering in hun omgeving met lede ogen aanzagen. Een aantal Amsterdammers richtte daarom in 1918 de vereniging ‘Hendrick de Keyser’ op. Zij kochten belangrijke en beeldbepalende woonhuizen aan, restaureerden die om ze vervolgens te verhuren. Eenmaal in bezit, werden ze nooit meer afgestaan. Liesbeth van der Pol, architect en oprichter van ‘Dok architecten’, is sinds 2012 bestuurslid van Hendrik de Keijser. Inmiddels telt de collectie 432 woonhuizen verspreid over heel Nederland. Sinds kort zijn ook een aantal ‘Museumhuizen’ - waarin je de geschiedenis van het wonen kunt aflezen - opengesteld voor publiek.

Door Sabine Ticheloven. Foto: Bert Nienhuis

 “Ik ben architect en opgeleid als de maker van nieuwe dingen. Maar al heel vroeg, vóór mijn studie zelfs al, raakte ik gefascineerd door restaureren. Waarom? Omdat het zo ontzettend leuk is. Overal waar je komt en waar je je prettig voelt, lijkt het wel alsof het ambacht uit het verleden je emotie raakt. Dat had ik ook. Mijn hart gaat uit naar het maken van nieuwe dingen maar altijd met een soort knipoog naar dat wat er was. De aanwezigheid van historisch materiaal is een grote inspiratiebron voor mijn nieuwe ontwerpen.”

Aan het begin van de bouwcrisis in 2008 was Van der Pol Rijksbouwmeester. “Ik heb me in die tijd sterk gemaakt voor restauratie en het ambacht van het opnieuw gebruiken. ‘Re-use, no excuse’ was het devies dat ik wilde implementeren in de hoofden van de denkers en de ontwerpers. Dat gold niet alleen voor oude gebouwen, maar ook voor de modernere verlaten fabrieksterreinen en havens. Daar waren we in bouwend Nederland toen nog niet zo mee bezig.”

Haar hartstocht voor ‘re-use, no excuse’ bleef bij Hendrick de Keyser niet onopgemerkt. “Ik werd gevraagd om bestuurslid te worden. Als architect zit ik in de beoordelingscommissie voor nieuw te verwerven woonhuizen. Omdat we eenmaal verworven panden nooit meer afstaan, moeten de gebouwen die we onder onze hoede nemen voldoen aan strenge eisen. Het moeten sprekende voorbeelden zijn van de architectuur of wooncultuur van een bepaalde periode. De geschiedenis moet niet alleen van buiten afleesbaar zijn, maar ook van binnen.”

Na de crisis heeft het herbestemmen een vlucht genomen die hand in hand gaat met de duurzaamheidsagenda. “We moeten zorgvuldiger omgaan met bestaande middelen, dat is tegenwoordig de mindset. Maar herbestemmen is ook succesvol gebleken. Kijk naar Strijp S in Eindhoven, het NDSM terrein in Amsterdam of het Dobbelmanterrein in Nijmegen, waar Dok architecten ook heeft mogen bouwen. Al die gebieden zijn weer tot leven gekomen. Mensen voelen de emotie van die gebouwen als ze er rondlopen. Het besef van de geschiedenis, dat doet je wat.’

Pas later in de carrière van Van der Pol komt haar betrokkenheid bij restauratie ook in haar werk bij Dok architecten van pas. “In 2011 ontwierpen we bijvoorbeeld het masterplan voor de restauratie van het zeventiende-eeuwse zeemagazijn in Amsterdam, het huidige Scheepvaartmuseum. En bij de renovatie van het noordelijk deel van het Binnenhof-complex in Den Haag zijn we ruim twee jaar betrokken geweest. Bij deze, maar eigenlijk bij alle projecten van Dok architecten is het credo dat de architect een gebouw dient te laden met een zodanig karakter dat het zich goed weet te verhouden tot de mens.”

Terug naar BOEi.nl/25jaar