BOEi, de Nationale Maatschappij tot Restaureren en Herbestemmen van Cultureel Erfgoed, bestaat in 2020 25 jaar. Een kwart eeuw succesvolle herbestemming van fabrieken, watertorens, boerderijen, kerken, kloosters, gevangenissen, schoorstenen en gevangenissen. Op deze pagina verzamelen wij verhalen, video’s en onderzoeken rondom 25 jaar herbestemmen in Nederland.

Herbestemmen is van alle tijden

 

“Wij zijn het heden, maar het is goed om te beseffen dat dat het toekomstige verleden vormt en dan moet je je je afvragen: hoe willen wij later herinnerd worden?” Aldus Ingrid Beckers, restauratiearchitect bij architectenbureau Beckers in Amstenrade. “Wat ik het belangrijkste vind is dat onze eigen voetafdruk, bescheiden en met respect, zichtbaar blijft.”

Door Anton van Renssen. Foto: Philip Driessen.

“Van monumentale gebouwen probeer ik het verhaal te lezen en de ziel te doorgronden. Ik probeer het gevoel dat ik bij een monument krijg wanneer ik er de eerste keer kom, vast te houden. Bij een grote schuur die we ombouwen tot woning proberen we bijvoorbeeld de lange zichtlijnen te behouden. Zoiets lukt niet altijd, maar we proberen het huis dan in ieder geval niet al te veel op te delen”, aldus Beckers.

Zelf is Beckers ook monumenteigenaar. “In 1963 vestigde mijn vader zijn architectenbureau in een oude boerderij waarin ook een café gehuisvest was, vlakbij de kerk en het kasteel in Amstenrade. De gemeente adviseerde hem destijds om de boerderij te slopen en een modern kantoorpand te bouwen, maar dat advies legde hij naast zich neer. Een jaar later stond het gebouw op de monumentenlijst!”

Volgens Beckers kun je aan de hand van gebouwen het verhaal van de omgeving vertellen. In Limburg denkt ze dan bijvoorbeeld aan de winning van mergel en de agrarische bebouwing in de beekdalen. “Op dat verleden ben ik als Limburger heel trots. Maar het lijkt wel of we hier bepaalde periodes hebben verdrongen. Zo hebben we oorlogsschade veelal hersteld door een al dan niet historisch verantwoorde reconstructie; alsof er geen oorlog is geweest. Ons mijnverleden daarentegen hebben we nagenoeg geheel geamoveerd, waarbij veel mijngebouwen zijn gesloopt.” 

Kunnen we in dat opzicht van het buitenland leren? Er zijn positieve en negatieve voorbeelden, denkt Beckers. “In Duitsland restaureren ze heel hard en naar mijn smaak te rigoureus. Dat haalt toch de ziel uit een gebouw. In Nederland doen we het daarmee vergeleken heel aardig. In Belgisch-Limburg, hier vlak over de grens, zijn de mijnen langer open gebleven en is veel meer bewaard gebleven. Dat geldt ook voor een regio die lange tijd tamelijk arm was, want armoede is de beste garantie om erfgoed authentiek te houden. Dan hebben mensen simpelweg geen geld om nieuwbouw te plegen. Gebouwen waaraan vijftig jaar niets gebeurd is, zijn voor ons vaak juweeltjes! Overigens wil ik in het grensgebied, waar ik woon, liever geen grenzen zien. De problematiek die hier speelt is namelijk vergelijkbaar met die van twintig kilometer verderop in Belgisch-Limburg; veel meer dan met die in, bijvoorbeeld, Amsterdam. In Belgisch-Limburg bestaat veel deskundigheid over vakwerkbouw of natuursteen waar ik behoefte aan heb.” 

Vooral bij grotere herbestemmingsprojecten vindt Beckers het belangrijk om gefaseerd te werken. “Als je in een keer alles verandert, zet zo’n sterk tijdsbeeld neer. Bij kasteel Wijnandsrade pakken wij bijvoorbeeld steeds een stukje aan. Het voordeel daarvan is dat je dingen doorgeeft aan volgende generaties. Laat die er maar hun eigen invulling aan geven. Nu hebben we voor dit ene gedeelte een goede bestemming en daarom doen we dat nu. Later komt dat andere wel. Zo is het leven, denk ik dan. Wij zijn het heden, maar het is goed om te beseffen dat dat het toekomstige verleden vormt en dan moet je toch de vraag stellen: ‘Hoe willen wij later herinnerd worden?’.” 

Belangrijkste daarbij is dat de eigen voetafdruk, bescheiden en met respect, zichtbaar blijft. Beckers: “Soms lijken we wel door te slaan: dat we niet mogen vernieuwen omdat het oud zou zijn. Maar wij leven anno nu en hebben een opdracht tot duurzaamheid. De verhouding tussen verduurzaming en het behoud van monumentale aspecten van gebouwen wordt wel eens als een spanning gezien, maar daar moeten we flexibel mee omgaan. Bij het ene gebouw kan ik veel verduurzamen, bij het andere minder of moet ik verduurzaming vinden buiten het gebouw, bijvoorbeeld in de tuin. Die spanning vind ik het leuke aan mijn vak.”

“Bij herbestemmen kies ik ervoor om het hele verhaal van een gebouw te vertellen. Dat verhaal wordt bepaald door ontwikkelingen in de omgeving, maar ook door zijn gebruikers. Het is niet het gebouw op zich, maar de randvoorwaarden die het samen tot iets moois maken. En dat verschilt per periode, want herbestemmen is van alle tijden.”

 

Terug naar BOEi.nl/25jaar